Met de trekschuit naar Veenhuizen Print

Arme personen, wezen, bedelaars en landlopers uit het hele land werden in de 19de eeuw in de armengestichten in Veenhuizen ondergebracht. Het laatste stukje van hun lange reis ging vanaf Assen met de trekschuit.

Rond 1900 bracht schipper Bert Marinus Tobi goederen en ‘verpleegden' (zoals de bedelaars toen werden genoemd) met de Veenhuizen naar hun plaats van bestemming. Tobi was onderweg verantwoordelijk voor de passagiers en moest erop toezien dat er geen onenigheden ontstonden. Op de terugweg bracht hij verpleegden-verlofgangers naar Assen. Inwoners van het dorp Veenhuizen maakten regelmatig van de mogelijkheid gebruik om allerlei bestellingen in Assen bij Tobi te doen, uiteenlopend van schoenen, jurken, schorten, ondergoed en levensmiddelen.

Bij Huis ter Heide werd doorgaans van paarden gewisseld en dan ging de tocht verder naar Assen. Tussen Huis ter Heide en Assen kregen de verpleegden-verlofgangers door Tobi hun spaargeld uitbetaald. Veel lieden kwamen niet verder dan Smilde of Assen want hun gespaarde centen werden vaak direct uitgegeven aan drank en binnen de kortste keren belandden zij dan weer in Veenhuizen.

trekschuit.jpg






















Schipper Tobi achter het roer van de trekschuit Assen-Veenhuizen

 
disclaimer