Sunt Steffen Print
Tweede kerstdag, 26 december, is de naamdag van Sint Stephanus (in het Drents Sunt Steffen). Stephanus geldt als de eerste martelaar van het chirstendom. Hij werd gestenigd na in Jeruzalem de hogepriester en de ouderen te hebben beschuldigd van de moord op de Messias. Stephanus werd schutspatroon van arme mensen, paarden en ruiters. In Drenthe gingen vroeger op de morgen van de tweede kerstdag kinderen van arme ouders koeien ‘steffen’. Dat hield in dat een kind een pluk hooi voor een koe meebracht en haar deze voorhield, waarbij een rijmpje werd opgezegd, dat als volgt begint:

“Hum koe, ik steffen dei, koe
want het is Steffen mörgen.”

De steffenlopers kregen als dank van de boerin een fikse boterham. Een ander gebruik bestond in het rijden te paard. Boerenzoons en de knechten haalden op tweede kerstdag de paarden uit de stal, die anders van het lange staan maar stijf werden. In groepjes trokken ze van dorp naar dorp en reden ze over de velden. Als ze bij een herberg of een kroeg arriveerden, kregen de ruiters van de kastelein een borrel. Ze stegen niet af, maar bleven op het paard zitten. In het Drents Woordenboek (1979) van H. Hadderingh en Bart Veenstra is dit oude volksgebruik prachtig beschreven. Het Drents Archief bewaart van dit naslagwerk een exemplaar.

Tegeltableau in een boerderij aan de Hoogeveenseweg te Meppel. Deze foto is te vinden in het fotoarchief op deze site.

steffenen.jpg


 
disclaimer