8. Wat deden mijn voorouders voor de kost?

Wie zich verdiept in het leven van zijn voorouders, zal zichzelf al spoedig de vraag stellen: wat deden ze voor de kost? Waarmee verdienden ze hun boterham? Het antwoord op die vraag zal het beeld van onze voorvaderen verscherpen en bovendien het dagelijks leven in vroeger tijd als het ware in de familie halen.

Anderzijds legt kennis van het beroep van onze voorouders een nieuwe bron voor verdergaand genealogisch onderzoek bloot. Heeft uw grootvader bijvoorbeeld in de zuivelindustrie gewerkt, dan zijn de archieven van de opgeheven zuivelfabrieken die in het rijksarchief liggen, een mogelijkheid om meer over hem te weten te komen.

Het beroep van mijn voorvader
In het algemeen kan men zeggen dat er genoeg bronnen zijn, waarin de beroepen van - vooral - onze voorvaders te vinden. Veelal is de vermelding echter een bijkomstigheid, met andere woorden de bronnen zijn er niet voor aangelegd om de beroepsbevolking te specificeren. In de akten van de burgerlijke stand staat meestal bij de vader, de bruidegom, de getuigen of de aangever het beroep vermeld, maar een dergelijk gegeven is eigenlijk een extraatje.

Zoeken naar de broodwinning van onze voorouders is dus niet de meest voor de hand liggende weg, noteren van gegevens en aanwijzingen bij het primaire genealogisch onderzoek en daarna gericht te werk gaan is efficiënter. Daarbij moet men bedenken dat een in de bronnen vermeld beroep niet altijd het enige was dat men uitoefende. Soms combineerde men een aantal beroepen (koster en schoolmeester bijvoorbeeld).

Bevolkingsregistratie
De voornaamste vindplaats is, zoals gezegd, de burgerlijke stand. Bij de aangifte van een geboorte wordt meestal het beroep van de vader vermeld, zoals in de huwelijksakte de beroepen van de huwenden. Voordien, dus vóór de invoering van de burgerlijke stand, komt men soms in de doop-, trouw- en begraafboeken ook wel eens de aanduiding van het beroep tegen, maar niet meer dan sporadisch.

Als onderdeel van het bevolkingsregister zijn in het midden van de negentiende eeuw registers van dienstboden aangelegd. Deze bevatten de namen en andere persoonlijke gegevens van mannelijk en vrouwelijk huispersoneel.

Rechtshandelingen
Een rijke bron, maar niet al te toegankelijk zijn die archieven waarin de rechtshandelingen waarbij onze voorouders betrokken waren, zijn vastgelegd. Van na 1811 zijn dat vooral de notariële akten (toegang 0114). Wie voor een testament, verkoop, verhuur, veiling, schuldbekentenis of wat dan ook naar de notaris ging, moest zijn beroep opgeven voor vermelding in de akte.
Voor de periode vóór 1811 geldt dat evenzeer. In de archieven van de schultegerechten, en dan vooral in de momberprotocollen (de voogdijregisters), wordt frequent het beroep van betrokkenen vermeld.

Op 29 december 1851 gingen Hendrik Wolters Kruid en zijn vrouw Jentje Koops op bezoek bij notaris Servatius in Dwingeloo om hun testament te laten opmaken. Uit hun testamenten blijkt dat Hendrik `kledermaker in Oldendiever' was en dat zijn vrouw `zonder bepaald beroep' was. Ook hun twee zonen staan in de testamenten vermeld: Willem was net als zijn vader kleermaker, Frederik was landbouwer.

Rechtszaken
Ook de rechterlijke macht wilde (en wil) altijd graag weten hoe procespartijen de kost verdienden en noteerde dat in dagvaardingen en vonnissen.
Degene die als gevolg van een strafvonnis enige tijd op kosten van de overheid doorbracht, werd geacht mededeling te doen van zijn broodwinning. Het archief van het huis van bewaring te Assen (toegang 0123) bevat regis­ters van inschrijving over 1843-1887 (inv.nrs. 1-14) en signalementskaarten uit de jaren 1843-1861 (inv.nrs. 16-21), die de beroepen van de gevangenen weergeven.

Evenzo bevat het archief van de Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen en Ommer­schans (toegang 0137) inschrijvingsregisters (inv.nrs. 286-357 over 1934-1955, nrs. 422-478 over 1822-1889 en 489-579 over 1856-1948).

Het archief van de Maatschappij van Weldadigheid (toegang 0186), de voorganger van de Rijkswerkinrichtingen, heeft be­volkingsregisters over de periode 1820-1859 (inv.nrs. 1344, 1346-1386, 1389-1392, 1397-1399, 1407-1436 en 1442-1590). Daarop volgen voor de periode 1859-1930 de inv.nrs. 2999-3045. Voor de eerste periode, die van 1820-1859, bestaat een handleiding voor het zoeken (in de inventaris) (zie ook hoofdstukken 5 en 6).

Ambtenaren en functionarissen na 1811
Wie iets wil weten over een beambte, moet in eerste instantie zoeken in het archief van de overheidsinstelling, waar deze te werk gesteld was. Dat geldt zowel voor rijks-, provinciale als gemeenteambtenaren. Tegenwoordig is er van elke werknemer een personeelsdossier, maar dat was in het verleden meestal niet het geval. Zo ze al aangelegd zijn, dan zullen ze inmiddels wel vernietigd zijn.
Toch zijn er wel registers, lijsten en andere stukken over die iets over de ambtenaren kunnen mededelen. Een paar voorbeelden.

In het archief van Gedeputeerde Staten (0031) bevinden zich registers van pro­vinciale ambtenaren (hoog) en bedienden (laag) over resp. 1853-1931 en 1851-1920 (inv.nrs. 9a en 9b).
De gouverneur had van aanvang af een zeker toezicht op de rijksambtenaren in de provincie. In zijn archief bevinden zich dientengevolge staten van persoonlijke beschrijving van de ambtenaren der registratie, het kadaster en de directe belastingen over de jaren 1827-1843 (toegang 0040, inv.nrs. 8-11). Een dergelijke staat van persoonlijke beoordeling is er ook van de burgemeesters uit 1841 (Kabinetsarchief, toegang 0048, inv.nr. 27).

`Een man van een braaf karakter die aller achting verdient, daarbij een goed burgemeester, doch reeds van hoogen ouderdom en in de laatste tijden veelal ziekelijk', zo omschreef de gouverneur in 1841 zijn burgemeester van Coevorden, B. Slingenberg. Burgemeester Schoenmaker van Oosterhesselen was `een boer in den echten zin van het woord, van een vrij gezond oordeel, maar met wien men niet veel kan vooruitkomen'. De Havelter burgemeester W.F. Kymmell was `niet zeer kundig, als weinig opleiding hebbende genoten, wat traag en onverschillig, zonder vooruitgang; overigens van een goed karakter'. L. Abrahamy van Zweeloo had de hulp van de schoolmeester nodig om de administratie in orde te houden. De gouverneur vond hem een `intrigant, met bijna ieder in kwestie en niet veel te vertrouwen'.

Het archief van de Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen en Ommerschans (toegang 0137) bevat registers van het eigen personeel, dus `ambtenaren', over 1823-1898, met indices (inv.nrs. 51-56).
Indien de genealoog zoekt op basis van de functie van een maatschappijambtenaar, dient hij de over de periode van ca. 1832 tot ca. 1856 tweejaarlijks opgemaakte lijsten daarvan door te nemen (inventarisnummer 1007). Indien hij uitgaat van de naam van een maatschappijambtenaar, moet hij de inventarisnummers 997 en 998 nakijken. Een alfabetische namenlijst bevindt zich voorin de registers. Vanzelfsprekend zijn er nog andere categorieën specifieke gegevens die in het bovenstaande niet zijn genoemd, zoals met name de wijze van registratie van de aankomst, overlijden en vertrek van maatschappijbewoners. Voor de genealoog is hierbij inventarisnummer 1008 van belang.

Literatuur
Een nuttige bron voor de personeelsbezetting van (vooral overheids)instellingen is het Drentsch jaarboekje dat verschenen is van 1854 tot 1956. Sinds 1976 is dit de Provinciale almanak van Drenthe. Vergelijkbaar zijn ook de Staatsalmanak en Pyttersen's staatsalmanak voor iedereen.
In P. Brood, De archieven van het provinciaal bestuur van Drenthe sinds 1814 (Assen 1975) is in een bijlage een lijst van Drentse commissarissen des Konings, griffiers en gedeputeerden opgenomen.
Voor de gemeentelijke bestuurders zie men W. Duinkerken, Bestuurders in de provincie Drenthe (Andijk 1964) en H.G. Roelfsema-van der Wissel, Raadsleden in het Noordenveld in de tweede helft van de negentiende eeuw (scriptie, Groningen 1983). In P.Th.F.M. Boekholt e.a (red.), Gemeentehuizen in Drenthe (Meppel 1991) staat, na elke beschrijving van de geschiedenis van een gemeentehuis, een lijst van de burgemeesters en secretarissen van de betreffende gemeente.
Voor de onderwijzers zij hier verwezen naar hoofdstuk 9, voor de militairen naar hoofdstuk 10, waar de bronnen om deze beroepsgroepen te vinden beschreven zijn.

Een speciale groep vormden de notarissen. Vrij eenvoudig is na te gaan wie in Drenthe als notaris hebben gefungeerd. Een lijst van notarissen in Drenthe tot en met 1930 staat in de Inventaris van de archieven van de notarissen in de provincie Drenthe vanaf 1811 (toegangsnummer 0114).
Alle Nederlandse notarissen vindt men in F.L. Hartong, Register der protocollen van notarissen in Nederland, samengesteld in opdracht van de Broederschap der notarissen in Nederland, van ca. 1550 tot heden (Rotterdam 1916). Een aanvulling hierop is J.E. Kasdorp en J. de Vries, Protocollenregister: register van de protocollen van de notarissen die in de periode 1916-1984 in Nederland in functie waren (Amsterdam 1985).

Het notariaat ging nogal eens over van vader op zoon. Zo volgde Hendrik van Lier in 1863 zijn vader Herman Hubert op als notaris in Assen. Berend Slingenberg droeg het ambt in Coevorden in 1842 over aan mr. Albertus Slingenberg. Mr. Sjuck Johannes Oosting in Emmen werd in 1892 opgevolgd door Hendrik Jan Oosting. In Hoogeveen kwam na mr. Everhard Jan Witsenborg mr. Albertus Hermannus Witsenborg op de notarisstoel.

Een aantal Drentse families kan men als notarisfamilie beschouwen. Zo bekleedde de familie Tonckens functies in Gieten, Meppel en Norg en de familie Van Holthe tot Echten in Assen, Meppel en Zuidwolde. De familie Kniphorst vindt men in de negentiende eeuw als notaris in Emmen, Meppel en Zuidlaren.

Uit de jaren 1823-1915 zijn jaarlijkse lijsten van alle toegelaten dokters, apothekers, vroedvrouwen, drogisten enz. in de bibliotheek van het rijksarchief aanwezig.

Drentsch Jaarboekje voor het schrikkeljaar 1856
Dit jaarboekje is als willekeurig voorbeeld genomen om een beeld te geven van de (jaarlijkse) informatie over de in functie zijnde bestuurders, ambtenaren, bestuursleden etc.
Bestuur in de provincie Drenthe
- Commissaris des konings
- Staten
- Gedeputeerde Staten
- Griffie der provincie
Rechterlijke macht
- Provinciaal gerechtshof in Drenthe
- Arrondissementsrechtbank te Assen
- Kantongerechten
Gevangeniswezen
Notarissen
Financien
- Administratie der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnsen
- Grondbelasting
- Administratie der indirecte belastingen
- Jacht en visserij
- Posterijen
- Rijkstelegraaf
- IJk van de maten en gewichten
- Staatsloterij
- 's Rijks schatkist
Waterstaat
Militair Kommandement van Groningen en Drenthe
Nationale Militie
- Militieraad
- Militiekantons
Schutterijen
- Dienstdoende schutterij te Meppel
- Rustende schutterij van Drenthe
- Districtscommissie van het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning der Gewapen­de Dienst
- Vereniging van het Metalen Kruis
Besturen der gemeenten
- Gemeenten Anloo t/m Zweeloo
Veld- en gemeentepolitie
Geneeskunde
- Veeartsenijdistricten
Onderwijs
- Provinciale Commissie van Onderwijs
- Gymnasium te Assen
- Gymnasium te Meppel
- Bijzondere Instituten en Taalscholen
- Openbare Lagere Scholen
- Fonds voor weduwen en wezen van onderwijzers in Drenthe
Erediensten
- Hervormden
- Christelijk Afgescheidenen
- Rooms-katholieken
- Israëlitische kerk en school
- Fonds voor weduwen en wezen van hervormde predikanten in Drenthe
- Nederlandsch Bijbelgenootschap
- Nederlands Zendelingengenootschap
- Tractaatgenootschap
- Protestanse Vereniging van Welstand
- Protestantse vereniging tot Christelijk Hulpbetoon
- Protestantse vereniging Unitas
- Evangelische Maatschappij ter bevordering van Waarheid en Godzalig­heid onder Rooms Katholieken
- Nederlands Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen
- Instituut voor doofstommen te Groningen
Besturen van handel, veenderij, kanalisatie
- Kamer van koophandel en fabrieken te Meppel
- Veenschap van de Oostermoerse en Zuidenveldse venen
- Veendirectie te Smilde
- Bestuur der Drentse Kanaalmaatschappij
- Drentsche Veen- en Middenkanaalmaatschappij
- Plan voor een kanaal van Assen naar Groningen
Maatschappij van Weldadigheid
- Algemene directie
- Gewone koloniën
- Instituut te Wateren
- Veenhuizen

Functionarissen vóór 1811
Om degenen die vóór 1811 een functie hebben vervuld te kunnen vinden, geldt in principe hetzelfde als hiervoor gezegd is: kijk in het archief van de instelling in dienst waarvan de betreffende persoon gewerkt heeft.
Om het zoeken te vereenvoudigen kan men gebruik maken van reeds gepubliceerde lijsten van diverse functionarissen:

1. Stadhouders: L. Oldenhuis Gratama, De stadhouders van Drenthe, hunne magt en staatsregterlijke verhouding tot de Landschap (Groningen 1867).

2. Drosten 1600-1795: B.M. de Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen en ambtenaren 1600-1795', NDVA (1921) 128-132.

3. Gedeputeerden 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1921) 138-145.

4. Ridderschap: J. Westra van Holthe, `De comparanten in de ridderschap van Drenthe (1600-1795) met aanteekeningen omtrent de havezathen en de vereisten tot de admissie', NDVA (1951) 90; (1952) 57; (1953) 83; (1954) 147; (1955) 211; (1956) 178.

5. Landschrijvers 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1922) 113-116.

6. Secretarissen 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1922) 119-122.

7. Klerken 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1922) 123-125.

8. Rentmeesters der Domeinen en Rentambten Dikninge en Assen 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1924) 175-181.

9. Administrateurs van Vaart en Venen 1774-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1924) 183.

10. Ontvangers 1600-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1924) 185-191.

11. Landschaps-agenten te 's-Gravenhage 1615-1795: De Jonge van Ellemeet, `Drentsche regeeringspersonen', NDVA (1924) 194.

12. Landdagcomparanten: S. Barends-Freese en P. Brood, Lijsten van eigenerfde landdagcomparanten in de 17e en 18e eeuw (Assen 1978).

13. Schulten: De werkzaamheden die na 1811 een burgemeester en een notaris uitvoerden, werden voor die tijd gedaan door de schulten. Wie er vóór 1795 schulte geweest zijn, kan men vinden bij J.A.R. Kymmell, `Iets over het schultambt in Drenthe en de schulten van 1600-1795', NDVA (1902) 129-198. J. Folkerts, De schulten in Drenthe van 1795 tot 1811 (Assen 1981).

14. Kerspelsoldaten: De voorgangers van de veldwachters waren in Drenthe de kerspelsoldaten. De lokale politie staat beschreven bij B. Lonsain, `De Kerspelpolitie in Drente', NDVA (1932) 19-46. Hierin staat een lijst van per dingspil en daarbinnen per schultambt in 1806 functionerende kerspelsoldaten. De lijst werd samengesteld op basis van gegevens uit OSA, inv.nr. 1482.

15. Etten: H. Bonder, `De leden van den Etstoel van Drente', NDVA (1917) 83-99.

16. Landmeters: E. Muller en K. Zandvliet, Admissies als landmeter in Nederland voor 1811 (Alphen aan den Rijn 1987) 90-93.

17. Predikanten: In de archieven van kerkelijke gemeenten, classes en synode is veel te vinden over het leven van de Drentse predikanten. Wie dit ambt hebben bekleed kan men vinden bij T.A. Romein, De hervormde predikanten van Drenthe, sedert de Hervorming tot in 1861 (Groningen 1861). Het vervolg hierop is de `Naamlijst van Hervormde predikanten in de provincie Drenthe 1598-1950', in: Van Alphen's Nieuw Kerkelijk Handboek 1950, Bijlage P.

Een lijst van predikanten die door de classes werden afgevaardigd naar de vergaderingen van de synode (1622-1809) vindt men in J.W.T.M. Beekhuis-Snieders, Nadere toegang op de protocollen van de Provinciale Synode van Drenthe (1622-1809) (Assen 1990) 448-463. Op de blz. 464-471 in dit boek staat een lijst van politieke commissarissen die de vergaderingen van de synode hebben bijgewoond in de jaren 1622-1809.
Alle Nederlandse predikanten kan men vinden in F.A. van Lieburg, Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816 (2 delen, Dordrecht 1996).

Zijn de Drentse jaarboekjes voor de negentiende en twintigste eeuw een nuttig hulpmiddel om ambtenaren en andere functionarissen te vinden, voor de achttiende eeuw was dat de Drentsche Schrijfalmanak. In deze almanak is jaarlijks opgenomen een `Naam-Register van de Heeren Leden der Regeringe met hunne bediendens en verdere amptenaren der Land­schap Drenthe, met de daar onder resorterende heerlykheden. Als mede der heeren predikanten'. De almanakken verschenen gedurende de gehele achttiende eeuw. Na de Franse tijd bevat de Drentsche provinciale regerings- en schryf-almanak dezelfde informatie, evenals de Drentsche provinciale regerings-, kantoor- en schrijf-almanak.

Een voorbeeld: op zoek naar een advocaat
Gesteld dat u in een overlijdensakte van 1827 leest dat uw voorvader Mr. Johannes Engelenberg advocaat was. Welke bronnen zijn er dan om meer over hem te weten te komen? De gemakkelijkste ingang zijn de lijsten in de Drentsche Schrijfalmanak, de daaropvolgende Drentsche regerings- en schrijfalmanak en de reeds genoemde Jaarboekjes vanaf 1854. Daarin ziet u dat hij genoemd wordt gedurende de jaren 1794-1827 als advocaat, gevestigd in Meppel en toegelaten (geadmitteerd) in 1793.

Is er ook `advocaten-archief'? Ja, in het rijksarchief berust het archief van de Raad van Toezicht der orde van advocaten in het arrondisse­ment Assen, 1845-1984 (toegang 0260). Daarin zitten onder andere lijsten van advocaten en procureurs in de jaren (1810)1817-1929 (inv.nr.10). Mr. J. Engelenberg komt daarop voor vanaf 1810.
Voor de admissie tot advocaat moest men de eed afleggen. In OSA, inv.nr. 778, vindt men eedprotocollen. Ook Engelenberg deed dat op 25 september 1793.

Maar ook toeval kan een rol spelen. Een onverwachte bron is bijvoorbeeld P.A. Derks, Meppel en Omstreken. Geschiedkundig overzicht en merkwaardigheden. Benevens bijdragen tot de geschiedenis van Drenthe (Meppel 1887). Op blz. 83-84 staat een lijst van advocaten in Drenthe in 1783, met vermelding van woonplaatsen en data van aanstelling.

De eedprotocollen
Ieder die een openbare functie bekleedde, zette zijn handtekening onder het eedsformulier in die protocollen. Daarmee zijn deze protocollen een mooie bron voor onderzoek naar functionarissen in Drenthe vóór 1811. Voor de zeventiende en achttiende eeuw zijn de eedprotocollen terug te vinden in OSA, inv.nr. 778. De protocollen over 1805-1812 vindt men in inv.nr. 1669. De eed werd afgelegd door onder anderen de drost, advocaten, doctoren, de `apothecar der stad Assen', schulten, commiezen, boden, landmeters en bosbewaarders.

De leden van de Etstoel en de aldaar geëmployeerden hadden vanaf 1802 een afzonderlijk protocol (Archief Etstoel, inv.nr. 60 en 130).
Na 1811 moet men voor de eedsaflegging zoeken in het archief van de rechtbank en het hof in Assen. Zo bevat het rechtbankarchief een register van handtekeningen van vrederechters, notarissen, maires, griffiers, schouten, gemeentebestuursleden en ambtenaren van de burgerlijke stand. Ook de eedsaflegging van rijksambtenaren en de magistraten is er te vinden.

De rijke Drenten
Soms is het mogelijk vast te stellen hoe welvarend of vermogend een voorouder is geweest. De bronnen daarvoor zijn maar spaarzaam aanwezig.
In 1795 en 1796 moesten alle ingezetenen respectievelijk 1% en 2% van hun vermogen als belasting betalen. Aan de betalers van deze heffingen werden obligaties verstrekt. Van deze uitgifte is een registratie bijgehouden (OSA, inv.nr. 177, deel 4), waaruit een indruk over de gegoedheid van de Drenten is af te leiden.
De 57 hoogstaangeslagenen (met een vermogen van meer dan 50.000 gulden) zijn in een artikel in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1984 gepubliceerd, maar de minder gegoeden zijn ook uit de registratie te halen.

De rijkste inwoner van Drenthe was in 1797 mr. Willem de Lille op het huis Ter Heyl (bij Roden) met een fiscaal vermogen van 340.000 gulden. Tweede op de lijst was mevrouw G. Oldenhuis, weduwe van de landschapssecretaris C.W. Ellents, op het huis Mensinge in Roden met een vermogen van 271.666 gulden. Dan volgden twee zilversmeden: G. Dalewijk uit Hoogeveen en Berend Dulleman uit Meppel. Zie H. Feenstra, `De hoogstaangeslagenen van Drenthe in 1797' , NDVA (1984) 84-99.

In de tweede helft van de negentiende eeuw mochten de gemeenten een hoofdelijke omslag heffen om aan voldoende middelen te komen. De grondslag daarvoor was het vermoede danwel het geschatte inkomen. De kohieren van de hoofdelijke omslag werden dus door de gemeenten aangelegd en bijgehouden. Vaak ook werden zij in druk uitgegeven! Als bron van informatie voor de gegoedheid van de ingezetenen kunnen de kohieren goede diensten bewijzen.

Beschikbaarheid
De kohieren behoren tot de gemeentelijke archieven en zijn dus daar te vinden. Zij geven de volgende informatie: naam en beroep, woonplaats en adres, klasse waarin men was ingedeeld, verschuldigd bedrag en betalingsgevens. Van veel gemeenten zijn de kohieren echter vernietigd.

Het bedrijfsleven
Het advies om te zoeken in het archief van de instelling waar de voorouders gewerkt hebben, is voor het bedrijfsleven wat moeilijker op te volgen. Zeer veel bedrijfsarchieven zijn verloren gegaan. Wat er bewaard wordt in het rijksarchief, kan men in het Archievenoverzicht in de studiezaal van het rijksarchief vinden. De bedrijfsarchieven variëren van ontginningsmaatschappijen tot zuivelfabrieken en van de stoomtramwegmaatschappij tot de kanaalmaatschappij.

Patentregisters
Voor de periode 1806-1894 kunnen de patentregisters informatie over beroepen geven. Wie een bedrijf of beroep uitoefende, moest daarvoor een soort vergunning, patent, hebben, waarvoor jaarlijks aan de fiscus betaald werd. De patentplichtigen werden in registers genoteerd. Deze kohieren geven dus namen van bedrijven, neringen, handelaren e.d. Ze maken deel uit van de gemeentearchieven.

Handelsregister
Had uw voorvader in deze eeuw een eigen bedrijf, dan is het Handelsregister een goed instrument om hem te vinden. Vanaf 1922 is iedere zaak of onderneming van een koopman, een naamloze vennootschap of een coöperatieve vereniging in dit register ingeschreven. Het wordt beheerd door de Kamer van Koophandel voor Drenthe, gevestigd te Meppel. Van elk bedrijf is een dossier. De dossiers van de handelszaken die vóór 1965 werden opgeheven, zijn overgebracht naar het rijksarchief. Via een kaartsysteem op naam is een dossier vrij eenvoudig te vinden.

Faillissementen
Ging een bedrijf op de fles, dan heeft men een nieuw aanknopingspunt. Bij faillissementen trad er namelijk een rechter op die archieven heeft nagelaten. De arrondissementsrechtbank is bevoegd een faillissement uit te spreken, de betreffende registers en andere archivalia bevinden zich in het rechtbankarchief (Rechtbank Assen 1838-1877 en 1878-1951 (toegangen 0106 en 0107), inv.nrs. 173a-175 resp. 497).

Kranten
Informatie over het bedrijf van uw voorvader kunt u ook aantreffen in de krant. Geleidelijk aan nam in de negentiende eeuw het aantal advertenties in de krant toe. Daarin prezen de winkeliers en andere neringdoenden niet alleen zichzelf en hun produkten aan, maar ook deden zij mededeling over overname of sluiting van hun bedrijf.

Waar vind ik schippers?
Een `moeilijke' beroepsgroep zijn de schippers. Door hun reizend bestaan kan het zelfs al de nodige moeite kosten de basisgegevens als geboorte en huwelijk van hen te vinden. Een creatief gebruik van voorhanden zijnde bronnen levert echter nog wel resultaten. In het archief van de stad Meppel (toegang 0115) bevindt zich onder inv.nr. 852 bijvoorbeeld een lijst van geregistreerde sche­pen en hun eigenaars, 1795-1810. Verder kan men in de inventaris op dit archief, onder hoofdstuk 13.1.1, het nodige vinden over de veerschippers, die de vaste verbinding onderhielden tussen havenplaatsen binnen en buiten Nederland. De inv.nrs. 844-929 hebben betrekking op de bemoeienis van de stedelijke overheid met de scheepvaart door de stad over 1658-1814.

In het archief van de hypotheekbewaarder te Assen (toegang 0177.11, VIIIa, inv.nrs. 1-8) zijn re­gisters van inschrijving van schepen over de jaren 1839-1927.
Hoewel de Meppeler schippers vanouds een gilde vormden en er ook archief van dit schip­persgilde bewaard is, vindt men er weinig over de gildeleden. Wel wordt hier en daar een naam genoemd, maar een overzicht van de leden ontbreekt.