9. Wat voor onderwijs genoten zij?

Of onze voorouders onderwijs gevolgd hebben en zo ja welk, is een voor de hand liggende vraag. Het antwoord daarop zal echter moeilijk of niet te geven zijn, wanneer we teruggaan tot voorbij het midden van de negentiende eeuw. Het ontbreekt over het algemeen aan bronnen die ons daarover iets kunnen meedelen. Slechts de studenten van de universiteiten werden geadministreerd.

De beschikbaarheid van bronnen hangt nauw samen met de wettelijke regeling en organisatie van het onderwijs. Anders gezegd: toen de overheid zich niet of nauwelijks met het onderwijs bemoeide, vond ook weinig administratie van leraren en leerlingen plaats.

Onderwijswetgeving
Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd het onderwijs geleidelijk beter geregeld. Sindsdien zijn ook de onderwijsarchieven en andere bronnen bewaard.
Voor het lager onderwijs zijn van belang de Schoolwet van 1801, 1803 en (vooral) 1806, de Lager Onderwijswet vanaf 1858 en de Leerplichtwet van 1900. Het kleuteronderwijs werd pas geregeld bij de Kleuteronderwijswet van 1955.
Het voortgezet onderwijs heeft een formele basis gekregen bij de Wet op het Middelbaar Onderwijs 1863. Van later datum zijn de Wet op het Nijverheidsonderwijs 1919 en de Mammoetwet 1963.
Voor het hoger onderwijs is er een nationale wetgeving in het Koninklijk Besluit tot regeling van het universitair en gymnasiaal onderwijs 1815, gevolgd door de Hoger Onderwijswet 1876 en de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1960.

Literatuur
Een algemeen werk voor onderzoek naar onderwijsgeschiedenis is P.Th.F.M. Boekholt, Onderwijsgeschiedenis (Zutphen 1991). Voor Drenthe is zeer praktisch P.Th.F.M. Boekholt, De hervorming der scholen. Het onderwijs in Drenthe in de eerste helft van de negentiende eeuw (Assen 1982), dat zich - anders dan de titel weergeeft - niet beperkt tot de negentiende eeuw.

Aflevering 3 van Ons Waardeel 1982 is geheel gewijd aan het onderwijs, met onder andere artikelen over het schoolbezoek, het schoollokaal en onderwijzers. Ook in dit jaar besteedde de vakgroep Nieuwste Geschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen een collegecyclus aan `Onderwijs in Drenthe 1850-1940'. De referaten bevinden zich in een bundel in het Rijksarchief Drenthe.

Lager onderwijs
Vanaf 1900, toen de Leerplichtwet werd ingevoerd, waren onze voorouders gedwongen in elk geval de lagere school te bezoeken. In welke jaren en op welke school zij geweest zijn is echter vaak niet meer te achterhalen, aangezien vele schoolarchieven vernietigd zijn. Met enig geluk vindt men nog leerlingenlijsten bij de scholen ter plaatse of in het archief van de gemeente waar uw voorouder naar school ging. Heeft men dat geluk niet, dan zullen de rapporten en schoolfoto's in het eigen familiearchief moeten volstaan.
In het rijksarchief berust slechts het archief van de Gereformeerde Schoolvereniging Meppel en de archieven van enkele verenigingen voor christelijk onderwijs in Beilen uit de twintigste eeuw.

Literatuur
Tineke Piersma, Het protestants-christelijk lager onderwijs in Friesland, Groningen en Drenthe (1834-1889) (scriptie, Groningen 1983).
Menig dorp of stad heeft de afgelopen jaren een boek laten verschijnen ter gelegenheid van een schooljubileum. De catalogus in de openbare bibliotheek wijst hier de weg. De lokale historische tijdschriften (zoals Oud Meppel en Asser Historisch Tijdschrift) publiceren ook regelmatig artikelen over schoolgeschiedenis.

Voortgezet onderwijs
Hebben uw voorouders enig voortgezet onderwijs genoten, dan is de kans al groter dat u hen terugvindt. Van de gemeentelijke scholen en scholengemeenschappen komen de archieven in het archief van de betreffende gemeente. De archieven der rijks HBS-en in Coevorden (vanaf 1909) en Meppel (vanaf 1881) berusten in het rijksarchief (toegangsnummers 0649 en 0650). Daarin is ook, zij het niet volledig, de leerlingenadministratie bewaard.

Vóór het midden van de negentiende eeuw waren er twee gymnasia in Drenthe, die toen werden aangeduid met de naam `Latijnse school'. De oudste school stond in Meppel, die in Assen was jonger. De Latijnse school in Meppel dateert waarschijnlijk al uit de late Middeleeuwen en is gedurende de zeventiende en achttiende eeuw in feite de enige in Drenthe geweest. In 1855 werden de Franse en de Latijnse school gecombineerd tot het Meppeler gymnasium, dat echter geen levensvatbaarheid toonde en al in 1865 werd opgeheven. In 1881 kwam er de HBS. Het gymnasium in Assen dateert van 1825 en werd gesticht door de bekende dr. Hendrik Jan Nassau. Deze school heeft een vruchtbaarder bestaan gekend en bestaat nog steeds als onderdeel van een scholengemeenschap. Ook Coevorden moet in de zeventiende en achttiende eeuw een Latijnse school gehad hebben.

Franse scholen (waar moderne talen onderwezen werden) waren er in de eerste helft van de negentiende eeuw in Assen, Meppel en Coevorden, soms gecombineerd met de Latijnse school. Zij verdwenen met de invoering van de MULO en de HBS.

Literatuur
D.W. Hooghiemstra, Gedenkschrift, uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het gymnasium te Assen (Assen 1925); M.A.W. Gerding e.a. (red.), Geschiedenis van Meppel (Meppel 1991).

Beroepsonderwijs
Vakonderwijs is lang afhankelijk geweest van particulier initiatief, wat tot gevolg had dat over het algemeen weinig archieven bewaard gebleven zijn. Evenals zojuist weergegeven bij het lager onderwijs zijn we voor een belangrijk deel aangewezen op jubileumboeken en dergelijke. Ook al kwam er in 1919 een Nijverheidsonderwijswet, veel bleef nog open voor plaatselijke invulling.

Kweekscholen voor onderwijzers
Heeft u een schoolmeester als voorouder gehad, dan is over hem of haar meestal wel iets te vinden in de papieren neerslag die ons is nagelaten.
In Assen, Coevorden, Emmen en Meppel zijn Rijks pedagogische academies (vroeger aangeduid met de termen rijksnormaalscholen en kweekscholen) gevestigd geweest, waarvan wij de archieven nog hebben. De eerste opleiding startte in 1879 in Coevorden. In 1881 werd in Meppel met een Rijksnormaalschool begonnen. De administratie van leerlingen en hun vorderingen in het onderwijs is grotendeels bewaard.

Wanneer de aankomende onderwijzers en onderwijzeressen hun opleiding voltooid hadden, dan moesten zij zelf voor de klas. Meestal is te vinden welke onderwijzers op welke scholen stonden. Een nuttige bron voor de negentiende eeuw is het Drentsch jaarboekje, dat onder de rubriek `onderwijs' alle scholen en onderwijzers vermeldt (zie ook hoofdstuk 8). Maar ook in de archieven van het schooltoezicht kan men het nodige te weten komen. Zo bevindt zich in het archief van de districtsschoolopziener in Drenthe (toegang 0160, inv.nr. 56) een regis­ter van onderwijzers in Drenthe over 1885-1905 en (inv.nr. 57) een register van kwekelingen in Hoogeveen over 1898-1923.

In het archief van het Rijksschooltoezicht, inspectie Assen, (toegang 0161, inv.nr. 19) zitten processen-verbaal van examens voor onderwijzers en hoofdonderwijzers, 1899-1901. In het archief van Gedeputeerde Staten van Drenthe (toegang 0031, inv.nrs. 81-83a) treft men eveneens registers van onder­wijzers in de jaren 1885-1920.
De archieven van de schoolopzieners gaan terug tot 1806 en zijn zonder meer een interessante bron voor onderzoek naar onderwijzers.

Opleiding voor kleuterleidsters
In de jaren vijftig kreeg de opleiding tot kleuterleidster enige structuur en erkenning. In Emmen en Meppel kwamen opleidingsscholen, waarvan de archieven nu in het rijksarchief liggen.
Voordien had met name de Stichting Opbouw Drenthe zich verdienstelijk gemaakt met de oprichting van buurthuizen in de veengebieden in de jaren twintig en dertig, waarin ook de `bewaring' van kleuters plaats had. Na de oorlog startte deze stichting met opleidingsscholen voor kleuterleidsters in Assen, Emmen en Meppel. Het archief van Opbouw Drenthe ligt in het rijksarchief (toegang 0196).

Landbouwonderwijs
Het landbouwonderwijs kwam schoorvoetend op gang in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Belangrijke stimulator daarin was het Drents Landbouw Genootschap (DLG). In 1893 ging in Beilen een eerste winteravond-landbouwcursus van start. In 1910 kwam in Meppel de eerste rijkslandbouwwinterschool, in 1916 gevolgd door die in Emmen. Na de Eerste Wereldoorlog werden successievelijk en vaak op initiatief van het DLG lagere landbouwscholen gesticht in Vries, Dwingeloo, Borger en Westerbork.
In 1915 begon in Meppel een cursus landbouwhuishoudkunde voor vrouwelijke leerlingen, spoedig gevolgd door landbouwhuishoudscholen in Emmen en Assen.
Het archief van het DLG (toegang 0225) bevat informatie over de stichting van het landbouwonderwijs in Drenthe, maar leerlingenlijsten en dergelijke zijn er maar sporadisch. Daarvoor moet men zich wenden tot de huidige scholen voor landbouwonderwijs.

De Maatschappij van Weldadigheid zette, met hulp van een legaat van majoor F.H.L. van Swieten, in 1885 een tuinbouw- en een bosbouwschool op in Frederiksoord en een landbouwschool in Willemsoord. Toen de overheid zich in het begin van deze eeuw met het landbouwonderwijs ging bezig houden, werden de bosbouw- en landbouwschool gesloten, maar het tuinbouwonderwijs is tot heden gehandhaafd in de G.A. van Swieten Tuinbouwschool. Het archief van deze school is onderdeel van dat van de Maatschappij van Weldadigheid en berust tot circa 1970 in het rijksarchief (toegang 0186) (zie ook hoofdstuk 5).

Ander vakonderwijs
De Stichting Opbouw Drenthe is ook de initiator van ander vakonderwijs geweest. Zo werd na de oorlog begonnen met de vorming van bedrijfsjeugd. Aanvankelijk als `huishoudelijke vorming van fabrieksmeisjes' opgezet groeide dit onderwijs uit tot een afzonderlijke tak van het nijverheidsonderwijs.
Al vóór de oorlog had Opbouw Drenthe een aanvang gemaakt met huishoudelijke voorlichting voor vrouwen, eerst in de veenstreken, maar later in geheel Drenthe. De neerslag hiervan is terug te vinden in het archief van de stichting.

Literatuur
J.D. Dorgelo, `De eerste landbouwschool in Drenthe', NDVA (1962), 23-42. J.E. Enting, Oorsprong en ontwikkeling van het ambachtsonderwijs in Hoogeveen in de periode 1889-1907: krachten en tegenkrachten rond het ambachtsonderwijs in Hoogeveen als onderdeel van een Drentse ontwikkeling (scriptie, Pesse 1981). Gedenkboek samengesteld ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der Gerard A. van Swieten Tuinbouwschool te Frederiksoord (z.pl. 1909). Gedenkboek bij het vijftigjarig bestaan van de Rijks Middelbare Landbouwschool te Meppel op 1 november 1959 (Meppel z.j.). H.P. Keuning, `De ontwikkeling van het muziekonderwijs in Drenthe', NDVA (1971/72) 29-37. Technische school Hoogeveen 1982 75 jaar (Hoogeveen 1982). G. Veenstra, `Het land- en tuinbouwonderwijs in Drenthe van 1890-1940', NDVA (1978) 77-93.

Hoger en universitair onderwijs
Voor hoger en universitair onderwijs moesten de Drenten altijd hun heil zoeken buiten de provincie. Van groot belang was de universiteit in Groningen. Wie daar gestudeerd hebben is na te gaan in het album studiosorum van deze universiteit. Maar ook aan andere universiteiten hebben Drenten onderwijs genoten. Van elke universiteit zijn de gegevens over studenten (met hun herkomst), professoren en promoties in druk uitgegeven, hetgeen het zoeken eenvoudig maakt. De voor Drenthe belangrijke alba zijn:
  • Album studiosorum Academiae Groninganae (Groningen 1915) met inschrijvingen en lijsten van hoogleraren over de periode 1614-1914 van de Groninger universiteit;
  • Album studiosorum Academiae Rheno-Traiectinae (Utrecht 1886) over de universiteit in Utrecht van 1636 tot 1886;
  • G. du Rieu, Album studiosorum Academiae Lugduno-Batavae MDLXXV-MDCCCLXXV (Den Haag 1875) over de universiteit in Leiden van 1575 tot 1875;
  • D.G. van Epen, Album studiosorum Academiae Gelro-Zuphanicae (Den Haag 1904) over de universiteit in Harderwijk, 1648-1818;
  • S.J. Fockema Andreae en Th.J. Meijer, Album studiosorum Academiae Franekerensis (1585-1811, 1816-1844) (Franeker 1968) over de universiteit in Franeker. De promoties zijn apart uitgegeven in
  • Th.J. Meijer, Album promotorum Academiae Franekerensis (1591-1811) (Franeker 1972);
  • J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer 1630-1878 (Den Haag 1916);
  • Walter Tenfelde, Album studiosorum Academiae Lingensis 1698-1819 (Lingen 1964) over de universiteit in Lingen.

Al deze boeken zijn in de bibliotheek van het Rijksarchief Drenthe en het Centraal Bureau voor Genealogie te raadplegen.

Literatuur
Naast de alba studiosorum zijn nog van belang de volgende artikelen: R.D. Mulder, `Drie en een halve eeuw Drentse studenten (1600-1950)', NDVA (1965) 74-112 en (1966) 81-112, die daarin aandacht besteedt aan de Drentse studenten, promovendi en professoren. P. Brood, `Drentse studenten in Duitsland', Spint Arwt'n (1976) 167-168 ging na welke Drenten aan de universiteiten en gymnasia in Duitsland gestudeerd hebben en noemt positieve resultaten voor de gymnasia in Emmerich en Meurs.

Onderwijs vóór 1800
Over schoolgang en leerlingen vóór 1800 is zo goed als niets te achterhalen. Het onderwijs was een zaak van de kerk. De kerkordes van 1638 en 1730 bevatten voorschriften voor het onderwijs. Alleen in Coevorden en Meppel verzorgden de stedelijke besturen het onderwijs. In de respectieve stadsarchieven (toegangnummers 0116 en 0115) is over bouw en onderhoud van scholen en de aanstelling en bezoldiging van onderwijzers het nodige te vinden, maar een registratie van leerlingen heeft niet plaats gehad.

Als er dus al iets te vinden is, dan betreft het de onderwijzers. Aanknopingspunten zijn de instellingen die hen benoemden en betaalden en de instanties die toezicht hielden. In concreto betekent dat onderzoek in de archieven van de stadsbesturen Coevorden en Meppel en van de kerkelijke gemeenten (in het rijksarchief) ten laste van welke de onderwijzerstractementen kwamen. In de heerlijkheden Echtens Hoogeveen en Ruinen hadden de respectieve heren zeggenschap bij de benoeming van schoolmeesters.

De op instigatie van de heer van Echten aangevatte ontginning van het Echtens Hoogeveen leidde tot een flinke bevolkingsaanwas. Dat vroeg ook om de aanstelling van een schoolmeester. Op 11 januari 1670 kwamen de heer van Echten en de kerkenraad van Hoogeveen overeen om een huis te laten bouwen waarin de schoolmeester les kon geven. De heer zou jaarlijks 25 gulden als tractement ter beschikking stellen. De eerste schoolmeester werd Jan Jacobs, die niet alleen de kinderen moest leren lezen en schrijven, maar ook geacht werd de klok te luiden.
(Huisarchief Echten, inv.nrs. 1155-1157)

Handig om te weten te komen wie er schoolmeesters in Drenthe waren, zijn de handtekeningen onder de leerregels van de Dordtse Synode van 1619. Elke schoolmeester was verplicht deze catechismus te onderschrijven. De originele registers, vergelijkbaar met de eedprotocollen van de Drentse Staten, bevinden zich in het archief van de classes Rolde en Meppel van de gereformeerde kerk. Die van de classis Emmen zijn helaas verloren gegaan.

De namen van de schoolmeesters zijn gepubliceerd door F.J. Ebbens, `Schoolmeesters in Noord-Drenthe', Drents Genealogisch Jaarboek 1 (1994) 132-133, en `Schoolmeesters in de classis Meppel', Drents Genealogisch Jaarboek 4 (1997) 112-114.

Ook de wereldlijke overheid had zijn bemoeienis met de schoolmeesters. Vooral de bezoldiging van hen leverde door de eeuwen heen de nodige problemen op. OSA, inv.nrs. 354-357, bevatten veel informatie over de schoolmeesterstractementen in Drenthe.