Terug naar de openingspagina
Onderzoek in het archief naar ingedeelden bij de
Maatschappij van Weldadigheid 1818-1859
Een
ingedeelde woonde bij een vrije kolonistengezin in huis in
een van de drie vrije koloniën Frederiksoord (kolonie 1),
Wilhelminaoord (kolonie 2)
of Willemsoord (kolonie 3). Vóór 1825 waren er meer koloniënummers en komen
ook aanduidingen voor als 'kolonie 7'. Zie voor een uitleg daarvan en
een globale plaatsbepaling dit overzichtje.
Ingedeelden werden ook wel bestedelingen genoemd omdat zij door een
organisatie of persoon uitbesteed waren.
In het begin werden vooral wees- of armenkinderen ingedeeld/besteed,
maar na een tijdje konden ingedeelden alle leeftijden hebben, ook
hoogbejaard.
In het begin waren er twee
vormen van indeling: een groepje van zes weeskinderen werd onderbracht
bij een (ouder) echtpaar dat als huisverzorgers voor hun zorgde of een
individu werd ondergebracht bij een gezin van vrije kolonisten. De
eerste vorm werd geleidelijk steeds zeldzamer en was rond 1840 verdwenen. Toen zaten alle
ingedeelden bij een koloniaal gezin in huis.
De meeste ingedeelden staan in een database (met veel foutjes) op www.drenlias.nl, naar de database.
Alle op deze pagina genoemde
inventarisnummers (invnrs) horen bij het Archief van de Maatschappij van
Weldadigheid, Drents Archief toegang 0186.
Bevolkingsregisters
Er bestaat geen apart register van ingedeelden, ze
staan in de bevolkingsregisters bij het gezin waar ze ondergebracht
waren. Die gegevens zijn nagenoeg allemaal opgenomen in de database
Maatschappij van Weldadigheid op www.drenlias.nl.
Gegevens zijn na te lopen in de bevolkingsregisters. Naar de invnrs
Waarschuwing
Data in de bevolkingsregisters van de Maatschappij van Weldadigheid
zijn alleen betrouwbaar voorzover zij spelen TIJDENS het koloniale
verblijf. Gegevens van vóór de aankomst in de kolonie, bijvoorbeeld
geboortedata, zijn vaak onjuist en moeten absoluut gecheckt met doop-
of andere gegevens in de plaats van herkomst.
Informatie via de soort van plaatsing
Ingedeelden
zaten altijd in de kolonie op basis van een contract en
konden op twee manieren in de kolonie geplaatst worden:
1) plaatsing op basis van een contract met een instantie (armbestuur,
diakonie, enzovoort) of particulier, na 1826 vaak genoemd 'bijzonder
contract'.
2) plaatsing op basis van
'de tweede helft van het
contract met het gouvernement van 16/19 juni 1826'.
In de bevolkingsregisters wordt in de kolom 'wijze van designatie' of
'wijze van plaatsing' vermeld op welke basis men geplaatst is.
De twee
groepen worden deels afzonderlijk geadministreerd:
1) Plaatsing op basis van een (bijzonder) contract
- Het contractenboek geeft een overzicht van alle contracten met bijzonderheden, invnr 1394.
- De plaatsingen op contract in 1821 en 1822 zijn vermeld in twee jaarregisters in invnr 1395.
- Vanaf
01-01-1823 tot en met 1853 staan alle toewijzingen (designaties) van een plek in de
kolonie op datum in registers, met ondermeer vermelding van de aard van
de plaatsing, wie zij eventueel opvolgen,
waar gevestigd en soms bijzonderheden. Designaties zijn normaliter kort voor de feitelijke aankomst, invnr 1395.
- Vanaf 1 november 1829 tot 1859 werd een apart bevolkingsregister bijgehouden
voor op contract geplaatsten, invnr 1389. Er is een alfabetische klapper op, invnr 1390
- In dat register werd iedereen een nummer toegekend en vanaf toen, dus 1829, werden
zij overal aangeduid met dat nummer plus de letter 'B' (van bijzonder
contract), B374 of soms 374B.
- Stam- of designatielijsten met door de uitzendende instantie
genoteerde gegevens - soms summier, soms uitgebreid - van de op
contract geplaatste personen, in dezelfde volgorde als bij invnr 1389,
zitten in invnr 1391.
- Doop- of geboorteuittreksels van op contract geplaatsten zitten in invnr 1392.
2) Plaatsing op basis van 'de tweede helft van het
contract met het gouvernement van 16/19 juni 1826'.
Op basis van dat contract nam de Maatschappij vanaf 1830 tot 1857 'behoeftige huisgezinnen en eenlopende personen'
op. De gezinnen kwamen als
arbeidershuisgezinnen in Veenhuizen
en degenen die we tegenwoordig alleenstaanden noemen kwamen als
ingedeelden
in de vrije koloniën.
- Al deze personen staan op volgorde van plaatsing in het 'Designatieregister van het Gouvernement
overgenomen huisgezinnen en éénloopende personen in
computatie van de tweede helft van het contract van 16/19 juny 1826', invnr 1395.
- Lijsten
met persoonsgegevens door gemeentebesturen en gouverneurs opgesteld, sommige summier,
andere met veel gegevens, regelmatig inclusief signalementen, invnr 1397.
- Bevolkingsregister van op dit contract geplaatste personen, aangelegd rond
1835 toen er al enkele vertrokken waren en bijgehouden tot 1859 toen nagenoeg alle
1826-ers van de kolonie verdwenen waren, invnr 1399.
- Op
basis van dit register hadden zij allemaal een nummer dat in alle
administratie (als het niet vergeten werd) werd vergezeld van de
aanduiding 'bis'. Overal waar iemand met een 'bis'-nummer voorkomt,
betreft het een geplaatste op dit contract.
- Van degenen onder hen die door lichaamsgebreken niet tot afdoende
arbeid in staat waren, werden voor de periode 1832-1848 preciese gegevens,
inclusief
omschrijvingen van het lichamelijke of geestelijke gebrek ('onnoozel', 'volstrekt doof', 'hebbende
slechts ééne bruikbare hand', enz), bijgehouden
in invnr 1398.
Lijsten met 'No 1' zijn gedeeltelijk invalide, lijsten met 'No 2' zijn
geheel invalide.
Navolgende geldt in principe voor zowel de op bijzonder contract
geplaatste ingedeelden als voor de ingedeelden die zijn geplaatst op grond van de 2e helft
contract 1826.
Aankomsten
1818-1827
'Nominatieve staten' van de aankomst in de kolonie, met
vermelding van aankomstdatum en waar zij gevestigd
werden. Aankomsten 1818 invnr 1342,
een paar van de aankomsten 1820 en de meeste aankomsten 1821 invnr 1343,
aankomsten 1822-1827 invnr 1370.
Niet volledig, ontbrekende staten kunnen zich bevinden bij de ingekomen
post,
soms als lijst - bijvoorbeeld 21 december 1819 met de eerste bewoners van
Frederiksoord-2 -, soms als tekstfragment in brieven van de
directeur.
Verdiensten over 1820
In het januarinummer 1821 van
het maandblad De Star (kopiën aanwezig op Drents Archief) staat
een lijst van alle ingedeelden op de kolonie met vermelding van wat zij
in 1820 door arbeid hebben verdiend.
Correspondentie over plaatsing
Voorafgaand aan plaatsing op de kolonie moet de bestedeling door
de uitzendende instantie of persoon zijn voorgedragen, soms met
bijzonderheden, in een brief aan de permanente commissie. Als eenmaal bekend is wie plaatst, kan daarop gezocht in de
post.
Bij verlof
Voorafgaand
aan verlof moest de ingedeelde voor de
Kleine Raad verschijnen en
daarbij een brief van de plaatsende instantie tonen om
toestemming te verkrijgen. Als in het bevolkingsregister
een verlof genoteerd is kan de voorafgaande Kleine Raad-zitting
opgezocht. Naar de invnrs
Bij verbanning naar de strafkolonie
Veroordeling tot de strafkolonie geschiedt door de Raad van Politie en Tucht, in het
begin ook wel Raad van Tucht genoemd. Veel zittingsverslagen
zijn bewaard gebleven. Ze vermelden vanwege welk 'misdrijf' iemand
verbannen wordt, geven het verweer van de beklaagde en eventuele
getuigenverklaringen. Vanaf midden 1831 tot en met 1849 zijn
bijgevoegd de voorbereidende
processen-verbaal van de raden van toezicht van de drie vrije
koloniën. Die bevatten veel gedetailleerdere informatie dan het
zittingsverslag zelf.
Omdat voor verbanning toestemming nodig is van de
permanente commissie in Den Haag, zit er gemiddeld een maand tussen
veroordeling en aankomst in de strafkolonie. Naar de invnrs
Alle mutaties
Alle mutaties uit de
periode 1833-1859 worden per maand en per kolonie vermeld in de
mutatie-registers.
Dit kan geraadpleegd als het bevolkingsregister geen uitsluitsel geeft, maar omdat alle bewonerscategoriën hier in
staan kan het ook extra informatie leveren. Als bijvoorbeeld iemand gedeserteerd is, kan nagegaan of er op
diezelfde datum ook anderen weggelopen zijn.
Naar de invnrs
Ontslag
Ingedeelden werden pas ontslagen van de kolonie als daarvoor
toestemming verkregen was van de plaatsende instantie of persoon. Dat
betekent dat er voorafgaand aan het ontslag gecorrespondeerd is tussen
de Maatschappij van Weldadigheid en die plaatsende instantie of
persoon, zie zoeken in de
post.
Gastgezinnen
Om een indruk te krijgen van het leven van de ingedeelde kunnen de
diverse indelingen langsgelopen in de bevolkingsregisters om te zien
met welke andere ingedeelden en met wat voor gezin hij/zij samenwoonde.
Vaak geven mutaties een verklaring voor de indeling, bijvoorbeeld dat
er na een sterfgeval onvoldoende mannelijke of vrouwelijke
arbeidskracht in een huishouden is, zie de bovenaan de pagina genoemde bevolkingsregisters.
Voor de doorzetters
Eerder
op deze pagina zijn al enkele tijdstippen genoemd rond welke het
zinvol kan zijn de post door te nemen. Het kan ook op goed geluk. Zo
geeft de kolonie-directeur bij flink wat ingedeelden enkele dagen na hun
aankomst commentaar op hun geschiktheid voor landarbeid of op andere
aspecten.
Verder kan in de
brievenboeken onder 'afzender' gezocht worden naar brieven van de
ingedeelde. De samenvattingen van brieven van en aan de instantie of
persoon die de ingedeelde geplaatst heeft, kunnen doorlopen of er iets over hem/haar geschreven is.
Als dat het geval is: brieven van de plaatsende instantie
over de ingedeelde werden door de permanente commissie altijd
doorgestuurd naar
de directeur die daarop in een van zijn eerstvolgende brieven
reageerde. En als de pc aan een plaatsende instantie schrijft over de
ingedeelde is dat altijd gebaseerd op een bericht van de directeur van
kort daarvoor. Voor al dit zoekwerk, zie zoeken in de post.
Doornemen tuchtzaken
In de bevolkingsregisters werden alleen de zwaardere straffen tegen een
ingedeelde als verbanning naar de strafkolonie genoteerd. Een paar dagen
strafkamer of een boete of 'eene ernstige vermaning' door de directeur
werden niet opgetekend. Het merendeel van wat er voor de Raad van Tucht
gebeurt is daardoor niet vastgelegd in de bevolkingsregisters. Bij een
vermoeden dat de ingedeelde wel eens voor de raad heeft gestaan,
bijvoorbeeld als je merkt dat hij niet al te best bij de directie
aangeschreven staat, zouden de twee dozen met tuchtraadzittingen
doorlopen kunnen worden. Doe dan in eerste instantie alleen de
zittingsverslagen en niet de bijgevoegde processen-verbaal van de raden
van toezicht, want in principe komt alles wat in die laatsten staat
terug in het zittingsverslag en dat is korter (en normaliter zijn alle
namen onderstreept). Naar de invnrs
Doornemen Kleine Raad
De bevolkingsregisters maken geen melding van aanvragen voor verlof die
door de Kleine Raad geweigerd zijn, wat juist interessante informatie
zou opleveren. Daarvoor zouden de notulen van de Kleine Raad helemaal doorlopen moeten
worden. Die notulen bevatten ook gegevens over spijbelen van school of van catechisatie door
kolonistenkinderen. Naar de invnrs
Ingedeelden volgen na 1859
Gegevens over ingedeelden op bijzonder contract uit de bevolkingsregisters na 1859 ziijn
opgenomen in de database Maatschappij van Weldadigheid op
www.drenlias.nl
Voor aanvullend onderzoek in het archief van de
Maatschappij van Weldadigheid kan geraadpleegd de inventaris deel II,
Archief van de Maatschappij van Weldadigheid 1859-1970. Naar de inventaris.
De plaatsing op basis van (gaat die weer:) 'de
tweede helft van het contract met het gouvernement van 16/19 juni
1826' hield in 1859 op. De laatsten die toen nog op de kolonie waren staan in invnr 1399.