Terug naar de openingspagina
Onderzoek in het archief naar bedelaars bij de
Maatschappij van Weldadigheid 1822-1859
Op
de binnenplaats van de verlaten vesting de Ommerschans bij Ommen werd
in de zomer van 1822 een gigantisch gebouw opgericht, waar vanaf dat
najaar bedelaars werden ondergebracht. Met de regering werd een
contract afgesloten voor de opvang van 1000 bedelaars, kort erop
aangevuld met 200 extra. De gouverneurs van provincies kregen elk
een contingent toegewezen. Daarnaast konden steden en organisaties
contracteren voor de opvang van personen in de Ommerschans.
Op 1 maart 1823 werd een volgend contract afgesloten en na de stichting
van
het tweede gesticht in Veenhuizen in 1824 konden ook daar bedelaars
opgenomen worden.
Vanaf 1843 was het tot dan toe voor weeskinderen bedoelde derde
gesticht ook bestemd voor bedelaars.
In 1859 nam de Staat de gestichten te Veenhuizen en de Ommerschans over
van de Maatschappij.
Bij die overname werd afgesproken dat alle archief van de gestichten over zou gaan van de Maatschappij van weldadigheid naar de Staat.
Daar heeft men een volstrekt zootje van gemaakt!
Een deel van de archivalia vóór 1859 is terechtgekomen in het archief van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen en de Ommerschans, Drents Archief toegang 0137.01, zie hier voor de hele inventaris.
En een deel in het archief van de Maatschappij van Weldadigheid, Drents Archief toegang 0186, zie hier voor de hele inventaris.
Als er op deze bladzijde geen toegang staat, wordt het laatstgenoemde, dus toegang 0186, bedoeld.
Bedelaars zijn niet opgenomen in de database Maatschappij van
Weldadigheid op www.drenlias.nl.
Er is kans dat ze voorkomen in de database Veenhuizen, naar de database.
Deze pagina is opgedeeld in drie onderdelen:
A) Inschrijf- en bevolkingsregisters
B) Op zoek naar nadere bijzonderheden
C) Elders dan op het Drents Archief zoeken
-------------------
A) Inschrijf- en bevolkingsregisters
Hoofdnummers
Bij aankomst kreeg elke bedelaar een hoofdnummer of 'hoofdelijk
nummer'. Dat nummer behield
die zo
lang als hij/zij in de kolonie bleef. De bevolkingsregisters van
bedelaars zijn
ingericht op volgorde van hoofdnummers en om een beetje op te schieten
met zoeken is het dus nodig
het hoofdnummer van de bedelaar te weten.
Na overlijden of ontslag of desertie werd
de naam van de bedelaar doorgestreept en werd zijn hoofdnummer aan een
opvolger toegekend (hergebruikte nummers).
Er moet dus niet alleen het hoofdnummer gevonden worden, maar er moet
ook een inschatting zijn in welke periode de bedelaar dat hoofdnummer
had.
Als iemand voor de tweede maal in het bedelaarsgesticht terechtkwam
kreeg hij het eerste het beste opengevallen hoofdnummer. Meestal (maar
niet helemaal altijd) werd dan achter zijn naam genoteerd '2e maal' of
'2m' of een dergelijke notatie. Tijdens een langere carrière in
het
gesticht kon iemand zodoende een heel ritsje hoofdnummers gehad hebben.
Bevolkingsregisters
Met de op het Drents Archief aanwezige bevolkingsregisters van
bedelaars kun
je het IJsselmeer dempen. Bij wijze van spreken, maar het zijn er wel
héél veel. Door de overgang in 1859 is een gedeelte
terechtgekomen in het archief van de Maatschappij van Weldadigheidheid,
toegang 0186, maar het merendeel in het archief van de
Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen en Ommerschans, ook op het Drents
Archief, toegang 0137.01.
Nog het meest
handzaam zijn de op microfiche gezette boeken van toegang 0137.01,
invnrs 422 - 446b en 291-293, want daar is een gedrukte namenindex op
gemaakt. Die staat in rode boeken op de entresol van het Drents
Archief. Bij de namen staan verwijzingen naar de inschrijving in de
genoemde bevolkingsregisters, voor een overzicht van die registers naar de invnrs
Waarschuwing
Data in de bevolkingsregisters van de Maatschappij van Weldadigheid
zijn alleen betrouwbaar voorzover zij spelen TIJDENS het koloniale
verblijf. Gegevens van vóór de aankomst in de kolonie,
bijvoorbeeld
geboortedata, zijn vaak onjuist en moeten absoluut gecheckt met doop-
of andere gegevens in de plaats van herkomst.
Opmerkingen bij de bevolkingsregisters
- Als in de index een streepje staat, duidt dat op een folionummer.
Bijvoorbeeld N244-1958 betekent dat de persoon in deel N (met
hergebruikte nummers) op folio 244 staat ingeschreven met nummer 1958.
- Als een naam niet is doorgestreept kan op hetzelfde hoofdnummer
gekeken in het volgende tijdvak.
- De meeste registers bevatten een kolom signalement. Bij een
hoofdnummer met doorhalingen is het linker signalement van de bovenste
(inmiddels vertrokken) bedelaar, en naar rechts toe doorlopend zijn de
signalementen van de in zijn plaats gekomen opvolgers. Met deze
signalementen moet enige voorzichtigheid betracht: ik ben een bedelaar
tegengekomen die bij zijn 2de opname tien centimeter korter was dan bij
zijn 1e opname. Individuele ambtenaren maakten de signalementen op en
die hadden ook soms verschillende opvattingen over wat
bijvoorbeeld een 'ordinaire' (= gewone) neus was en wat een grote neus
was.
Overige klappers en bevolkingsregisters
Bevolkingsregisters van bedelaars kunnen verschillende indelingen
hebben en daarom verschillende informaties geven. Het kan iets
opleveren een gevonden hoofdnummer ook in andere bevolkingsregisters
van dat tijdvak na te kijken.
Andere alfabetische klappers
kunnen ook helpen als in het hiervoor genoemde een bedelaar,
bijvoorbeeld
door een spellingsvariatie, niet gevonden is. Het zijn wel lijsten uit
die tijd, dus met veel gepriegel en met de letters wel op alfabet, maar
binnen de letter zelden een kloppende volgorde.
- Op de hiervoor genoemde bevolkingsregisters zijn ook in die tijd
gemaakte alfabetische klappers. Naar de invnrs
- Er zijn iinschrijvingsregisters van 1834 tot 1865, met alfabetische
klappers. Naar de
invrs
- Over de periode ± 1824 tot en met 1851 zijn in het archief van
de Maatschappij (toegang 0186) ook klappers achtergebleven die
hoofdnummers geven. Naar
de invnrs
- Over de periode 1822-1840 zijn in het archief van de Maatschappij
(toegang 0186) ook bevolkingsregisters achtergebleven. Naar de invnrs
- De allereerste bedelaars kunnen nog niet in klappers voorkomen. De
eerste 1000 die in 1822 en 1823 in de Ommerschans
aankwamen staan in het Maatschappij-archief toegang 0186, invnr 1443.
- Over de periode 1828-1842
is in het archief van de Maatschappij (toegang 0186) ook nog een
bevolkingsregister met
diverse categoriën bewoners van de Ommerschans, de bedelaars staan
achterin, invnr 1543
-------------------
B) Op zoek naar nadere bijzonderheden
Aankomsten 1822-1827
Sommige bedelaars, in ieder geval degenen die waren geplaatst op
bijzonder contract (zie verderop) en degenen die aankwamen in een grote
groep, komen voor op een van de 'Nominatieve staten' van aankomst in de
kolonie, invnr 1370.
Meermalen opgenomen bedelaars 1823-1840
Bedelaars die in de periode
1823-1840 meerdere malen opgenomen waren, werden bijgehouden in een
apart register, invnr 1465.
Er is een alfabetische klapper op, invnr 1466.
Rekeningoverzichten 1825-1832
Van enkele bedelarskolonisten zijn uit de periode 1825-1832 extracten uit het rekeningenboek bewaard.
Daarin staat wat zij aan voorschotten, kleding enzovoort ontvangen hebben, en wat daar aan verdienste voor werk tegenover staat.
De doos bevat enkele 'invaliden', enkele 'invaliden met schulden' en enkele valide bedelaars die schulden hebben opgedaan doordat zij een tijdje op de hospitaalzaal hebben verbleven.
Zo op het oog lijkt het mij een vrij willekeurige greep uit de gestichtsbevolking, invnr 1156.
Alle mutaties
Alle mutaties (geboorte, huwelijk, overlijden, verhuizing, ontslag,
desertie, enzovoort, met ook aankomststaten van nieuwelingen per
bewonerscategorie) uit de
periode 1833-1859 worden per maand en per kolonie vermeld in de
mutatie-registers. Naar de invnrs
Er
zijn ook andere mutatieregisters van bedelaars die een grotere periode
beslaan en die al kort na aankomst van de allereersten in 1823
beginnen: Naar de invnrs
Tips
- Als iemand is gedeserteerd, kan in deze registers nagegaan
of er op diezelfde datum ook anderen gedeserteerd zijn.
- De meeste bedelaars zaten gedwongen in het gesticht, in het
begin omdat
ze door een schout of agent waren opgepakt wegens bedelarij, later
omdat ze door een
rechter daarvoor waren veroordeeld. Het was vanaf het begin
ook mogelijk om vrijwillig het gesticht in te gaan. Ik ben dat met name
tegengekomen bij mensen die harde klappen van het leven hadden gehad,
zoals de
dood van al hun naasten. In sommige bevolkingsregisters staat het er
niet bij of ze veroordeeld
of vrijwillig zijn, in dat geval kan het nagekeken in bovengenoemde
mutatieregisters want daar staat het er in de aankomststaten altijd bij.
Invaliditeitsregisters 1827-1859
In 1827 werd per contract geregeld dat de overheid extra vergoeding zou betalen voor die bedelaars die niet in staat waren met arbeid de kost te verdienen.
Het contract bevindt zich in invnr 1601 en (tweemaal) in invnr 1440.
Vanaf dat moment werd er een administratie met betrekking tot invaliditeit bijgehouden.
Die administratie ging in twee stappen:
- Concepten. De directie van elk gesticht maakte in samenwerking met de arts elk half jaar (later werd de maand december apart geadministreerd) een lijst van half of geheel invaliden.
Daarbij wordt in niet al te kiese bewoordingen ook het gebrek omschreven.
Soms staan er ook andere bijzonderheden bij.
Soms bevindt zich hierbij commentaar van de pc op de lijst.
Eerst waren het nominatieve lijsten, later werden het extracten uit het invaliditeitsregister.
Naar de invnrs.
- Definitief De permanente commissie maakte op basis daarvan lijsten die ze aan het ministerie deed toekomen.
Met vermelding van de aard van de invaliditeit en het bedrag waarop de Maatschappij recht had.
Lijsten met het nummer 1 zijn half invalide bedelaars; lijsten met het nummer 2 zijn 'voor altijd en ten eenemale' invalide bedelaars.
Hiervan zijn slechts enkele bewaard gebleven, maar als het gezochte jaar er bij zit, kan het best eerst hierin gekeken worden, want ze zijn netter geschreven en overzichtelijker ingedeeld dan de concepten.
Naar de invnrs.
Tip: Altijd en overal wordt iemands bedelaars hoofdelijk nummer vermeld.
Het is het handigst de lijsten daarop te doorzoeken.
Bedelaarsgezinnen
- Bedelaarsgezinnen werden in principe uit elkaar gehaald, vader
en zoons
op een mannenslaapzaal, moeder en dochters op een vrouwenslaapzaal, elk
gezinslid kreeg een eigen hoofdnummer. Meestal, maar helaas niet
altijd, werd er bij gezet 'vrouw van nr xxx' of 'kind van nr. xxx',
De gezinsleden zijn bij elkaar te zoeken
omdat ze normaliter allemaal tegelijk arriveerden en
dus opengevallen hoofdnummers kregen die bij elkaar in de buurt liggen.
Als
je één hoofdnummer hebt en de 100 hoofdnummers daaromheen
bekijkt op gelijke aankomstdatum en plaats van opzending, heb je een
gezin wel
bij elkaar.
- Van 1831 tot 1840 werd van gezinnen geadministreerd
wat
ze per
jaar gezamenlijk verdienden en wat ze gezamenlijk aan kleding en
voedsel verstrekt kregen. Van ongeveer honderd 'bedelaarshuisgezinnen'
is dat bijgehouden op de eerste honderd folio's van het register met
invnr 1159. Achterin het boek zit een alfabetische namenlijst.
- Blijkbaar woonde een dertigtal gezinnen in de periode 1841-1845 wel
in gezinsverband bijeen. Het is mij alleen (nog) niet duidelijk waar
precies. In het contrôle-register over die jaren, invnr 1558,
staat bij sommigen 'hut'. Geen idee wat daar mee bedoeld wordt. Het was
blijkbaar wel een hogere status, want bij nieuwkomers staat vermeld
'gevestigd als Bedelaars Huisgezin' en bij sommige anderen staat
'teruggeplaatst als bedelaars-kolonist', wat vermoedelijk betekent dat
ze weer op de zalen moesten.
- Bedelaarsgezinnen waarvan het gezinshoofd rond 1865-1867
een functie bekleedde (brievenbode, schrijver bij de oogartsen,
plaatsveger, veldwachter) staan per gesticht geadministreerd in toegang
0137.01 invnr 290.
Geboren kinderen
In de bedelaarsgestichten geboren kinderen worden in het
bedelaarsregister ingeschreven met een eigen bedelaars-hoofdnummer en
met achter
de naam de vermelding 'kind van nr. xx' Er zijn een paar aparte
registraties:
- Over de periode 1824-1840 is een 'Nominatieve
Staat van kinderen aan de Etablissementen Ommerschans en Veenhuizen 2e
Etablissement in onecht geboren en waarvan de moeders aanwezig zijn',
toegang 0186, invnr 1401.
- In het mutatieregister augustus 1827-december 1829 ligt een losse
lijst geboren kinderen, toegang 0186, invnr 1509.
- Pasgeboren kinderen plus hun 'zogende moeders' staan op de
invaliditeitslijsten, zie bij invaliditeit.
Plaatsing op bijzonder contract
Verreweg de meeste bedelaars
kwamen op basis van de contracten die de Maatschappij van Weldadigheid
had afgesloten met de regering. Die contracten bevinden zich in
invnr 1440. Of de regering braaf
voldeed aan betaling van de termijnen werd bijgehouden in een schriftje
in invnr 1127.
Maar daarnaast
konden subcommissies of gemeentebesturen ook een contract afsluiten om
een aantal
bedelaars te plaatsen. Vermelding van de tien plaatsen die dat hebben
gedaan staat in het contractenboek, invnr 1394, bij de sectie F:
'Kontrakten met verschillende Autoriteiten, Korporatien en
Sub-Kommissien van Weldadigheid, voor de plaatsing van personen in de
kolonie de Ommerschans,
tegen jaarlijksche betaling van f 30:- of f 40:- per hoofd, gedurende
16 jaren'.
Na
zestien jaar betaling van dat bedrag had de
contractant het eeuwigdurende recht op plaatsing verworven. De meeste
van deze F-contracten zijn bewaard gebleven en bevinden zich in invnr
1441.
Over de via
deze contracten geplaatste personen is extra informatie
beschikbaar:.
- In het begin krijgen ze een eigen nummering, zie bijvoorbeeld invnr 1444 het laatste fiche.
- Vanaf 1 november 1829
werd er een apart register van hen bijgehouden, invnr 1389, een
register met ook de op andere contracten geplaatste
vrije kolonisten en ingedeelden. De op een F-contract geplaatste
bedelaars staan op de fiches 11 en 12.
Ze hebben dan een zogenaamd B-nummer, lopend van 898B tot en met 957B,
dat in principe ook altijd in het bevolkingsregister bij hun naam
vermeld moest worden.
- Er is een alfabetische klapper op dit register, invnr
1390, ook op fiche.
- De designatie- of stamlijsten, waarop
de uitbestedende instantie de gegevens - soms summier, soms zeer
uitgebreid - van de
geplaatste personen heeft genoteerd, bevinden zich in invnr 1391.
Kleding - zaalindeling - zaalopzieners 1832-1835, 1837-1840, 1853, 1859
Enkele inspectierapporten bevatten lijsten waarop per bedelaar is
aangetekend welke en hoeveel koloniale kledingstukken hij/zij had en
welke en hoeveel eigen kledingstukken de bedelaar bezat. Aangetekend
werd
ook of de bedelaar 'valide, half of heel invalide' is. Een
andere lijst geeft aan of de bedelaar tegoed of schuld op kleding had,
zodat opeenvolgende lijsten
een indicatie van zijn/haar welvaren kunnen geven.
Bovendien zijn de
lijsten ingericht per zaal zodat kan worden afgeleid wie de
zaalgenoten waren, hoe oud die waren, sinds wanneer die in het
gesticht waren, hoeveel invalides ertussen zaten, wie de 'rijken' waren
qua
eigen kledingbezit, en welke zaalopziener over dit gezelschap de
scepter zwaaide.
Naar de invnrs
Marinekeuring 1838
November 1838 keurde het Departement van Marine gestichtsbewoners op
'de geschiktheid voor de zeedienst'. Een verslag daarvan bevindt zich,
met ook een lijst van aangenomen 'matrozen der 3e klasse' en 'jongens',
een lijst van afgekeurden, en een lijst van kandidaten die er bij nader
inzien toch maar
van afzagen, in een omslagje met het opschrift ' No 66 van 1839' in
invnr 204.
Kinderen van bedelaars 1838
Eind 1838 werden per gesticht lijsten gemaakt van kinderen van bedelaars 'aangaande hunne werkzaamheid', oftewel om te zien of ze ook verdienden of alleen maar kostten.
Die lijsten bevinden zich tussen de ingekomen post, in een omslag met opschrift 'No 107 van 1839' in invnr 204.
Invaliditeit
In 1827 werd bij contract geregeld dat de overheid een
vergoeding zou gaan betalen voor elke bedelaar die de verstrekkingen
niet
kon verdienen. Dat contract is invnr 1601.
Vanaf dat moment is er een administratie van invaliden, waarbij ook in
niet al te kiese bewoordingen de aard van het gebrek wordt omschreven.
Van die administratie zijn delen bewaard gebleven.
- Lijsten van geheel of half invalide bedelaars in de periode
1827-1830, invnr 1560
- Lijsten van bedelaars uit het derde gesticht die in de periode
december 1846-juni 1851 als invalide werden beschouwd, invnr 1565.
Ontslagvoordrachten
De ontslagvoordrachten kunnen bijzonder interessante informatie opleveren omdat én genoteerd
werd welke toekomstplannen de bedelaar heeft ('wil naar XX om bij YY als ZZ te werken') én er een
beoordeling gegeven werd van de persoon en zijn gedrag.
Een ontslagvoordracht verliep in twee stappen:
- Eerst maakten de directeuren van de diverse gestichten concept-voordrachten welke bedelaars volgens hen met ontslag
kunnen. Behalve de voornoemde dingen staan daarin ook opgaven van verdiensten, soms zijn er
notities van predikant of pastoor over het godsdienstig gedrag, soms
is er bijgeschreven commentaar van de permanente commissie.
- Dan maakt de pc een definitieve voordracht, met haar eigen
opmerkingen erin verwerkt, en zendt die aan de minister. Meestal zit
daar een alfabetische lijst bij.
Concept-voordrachten, ondertekend door directeuren, en (kopiën
van) de definitieve voordrachten, ondertekend door de pc, liggen in het
archief hopeloos door elkaar. Een eerste poging dat in kaart te
brengen: Naar
de invnrs
Tips
- Concept-voordracht en definitieve voordracht hebben verschillende
teksten, dus is het zinvol beiden door te nemen.
- Doe dan eerst de definitieve voordracht want daar zit altijd een alfabetisch register bij, bij de concepten is dat niet altijd het geval.
- Als de pc iets bij een concept-voordracht gekrabbeld heeft, gebruikt
ze
vaak alleen het hoofdelijk nummer van de bedelaar.
- Kijk ook in de
concept-voordrachten van de jaren die voorafgaan aan het feitelijke ontslag (soms is dat dezelfde
doos). Het kan zijn dat de bedelaar eerder voor ontslag is
voorgedragen, maar het toen niet doorging en de reden daarvoor erbij
wordt vermeld.
- Ergens in elke definitieve ontslagvoordracht zit ook een los vel met 'suppletoire ontslagvoordracht', met nog enkele nagekomen namen.
- Niet alle ontslagen bedelaars staan in de voordrachten, er zijn ook ontslagen 'buiten de voordragt om'.
Daar is dan wel altijd correspondentie over geweest in de periode voorafgaand aan het ontslag, zie zie zoeken in de post
Zelf ontslag vragen
Bedelaars konden ook zelf een verzoek tot ontslag indienen. De
Maatschappij gaf dan aan de minister haar mening over dat verzoek te
kennen. Blijkbaar geschiedde dat in 'maandrapporten', maar die
rapporten zijn niet bewaard gebleven (of ik ben ze nog niet
tegengekomen). Er zijn alleen twee alfabetische klappers - eentje
1832-1833 en eentje 1833-1837 - op de namen
van bedelaars die in die rapporten ter sprake kwamen. Daaruit kan
worden afgeleid wie in die
periode om ontslag gevraagd heeft. De klappers bevinden zich in invnr
1554.
Ontslag-registers
De autorisatie (toestemming) tot ontslag moest komen van de Minister
van Binnenlandse Zaken. Over de jaren 1832-1845 en 1856-1858 zijn
ontslagregisters bewaard
gebleven waarin die autorisaties zijn bijgehouden. Met vermelding welke
actie er ondernomen is en soms aan welke voorwaarden voldaan moet zijn voor ontslag gegeven wordt.
In die registers staan ook veel autorisaties uit eerdere jaren die nog niet tot
feitelijk ontslag hebben geleid. In zo'n geval staat er meestal bij
waarom de bedelaar nog steeds niet vertrokken is. Bijvoorbeeld omdat hij
nog schuld heeft, of geen reisgeld heeft, of omdat hij 'afgehaald' moet worden (wat meestal duidt op een gezondheidsprobleem).
In de registers 1856-1858 wordt soms door de Maatschappij reisgeld
verstrekt, of mag de
bedelaar vertrekken terwijl hij nog schuld heeft staan. Dan staat
erachter op welke gemeente dat verhaald kan worden. Als dat laatste
gelukt is, staat er de datum achter 'waarop over het reisgeld of de
schuld is gedisponeerd'. Naar de invnrs.
Bedelaars uit Leiden 1853-1860
Bedelaars die in de periode 1853-1860 zijn uitbesteed door de subcommissie van weldadigheid Leiden staan in een apart register, invnr 1559.
Rekeningoverzichten 1856-1858
Van enkele bedelarskolonisten uit Veenhuizen 1 en Veenhuizen 3 zijn uit de periode 1856-1858 extracten uit het rekeningenboek bewaard.
Daarin staat wat zij aan voorschotten, kleding enzovoort ontvangen hebben, en wat daar aan verdienste voor werk tegenover staat.
Het zijn er maar een paar en ze zitten in een doos met verder allemaal extracten uit de invaliditeitsregisters, invnr 1566.
Bedelaars volgen na 1859
Na de overname van de gestichten te Veenhuizen en de Ommerschans door
de Staat is er in het archief van de Maatschappij van Weldadigheid
niets meer over bedelaars te vinden. Zij kunnen verder worden gevolgd
in het Archief van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen en
Ommerschans, beschreven in de gelijknamige inventaris. Een deel van dat
archief is hierboven al de revue gepasseerd en via de bij
Bevolkingsregisters-1 genoemde registers kunnen ze al tot na 1859
gevolgd worden,
maar er zijn nog véél meer registers bij
toegang 0137.01.
De inventaris is bereikbaar via www.drentsarchief.nl.
-------------------
C) Elders dan op het Drents Archief zoeken
- Over bedelaars werd immens veel gecorrespondeerd tussen de Maatschappij van Weldadigheid en het ministerie van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat.
Die correspondentie moet zich bevinden bij het Nationaal Archief in Den Haag, maar ik weet nog niet waar.
Zal ik nog uitzoeken.
- Als je uit bevolkingsregisters of anderzins te weten bent gekomen in welke plaats de bedelaar domicilie van onderstand had, kan in het archief van die plaats gezocht worden naar correspondentie over hem en rekeningen voor zijn verpleging.
Het is ook mogelijk dat daar een rekening tussenzit voor zijn gerechtelijke veroordeling tot het gesticht.
- In principe is vanaf 1825 voor onvrijwillige opname een gerechtelijke uitspraak nodig.
Als je in het bevolkingsregister (of via een rekening in de plaats van domicilie, zie hiervoor) gevonden hebt vanuit welke plaats de bedelaar naar het gesticht is gestuurd, zou je daar in rechterlijke archieven kunnen zoeken.
Maar ik heb de indruk dat het vrijwl altijd het gemeentebestuur was dat besloot tot opzending, en het maar hóógstzelden via de rechter ging.
Vanaf ongeveer 1845 schijnen er vaker gerechtelijke veroordelingen voor te komen en zou zoeken in rechterlijke archieven meer kans op succes bieden.