Door Hannelief Schipper 
Met speciale dank aan Kristin Herlaar en Caroline Halm

“Met nadruk te wijzen op het brandgevaar, dat voor de verzameling in de tegenwoordige bergplaats bestaat. Voorzeker, men kan zeggen, het is reeds zoo lange jaren goed gegaan, waarom zou het nu anders worden? Is het zooveel erger dan vroeger? Waarom dan juist nu de alarmklok geluid? En daarop valt niet anders te antwoorden, dan met te wijzen op de verantwoordelijkheid, die desniettemin blijft bestaan en blijft rusten op de Archivaris, den betrokken ambtenaar, aan wien bij onverhoopte gebeurtenissen zoo dikwijls de schuld wordt geweten.”[1]

In deze dringende oproep uit 1888 sloeg Rijksarchivaris Seerp Gratama een alarmerende toon aan. Het onderkomen van het archief was niet brandveilig, en de verhuizing liet nog lang op zich wachten. Gratama probeerde het beste ervan te maken, maar hield zijn hart vast. 

Gratama was niet de eerste, maar zeker ook niet de laatste archivaris die problemen had met de huisvesting van het archief. Gratama en zijn voorgangers en opvolgers hadden onder andere te maken gehad met doorgezakte vloeren, vocht en schimmel. Daarbovenop groeide de omvang van het archief flink, waardoor meer ruimte nodig was en de eisen rondom het bewaren van de oude documenten veranderden. De huisvesting is in de loop van de jaren constant veranderd. Sommige archiefstukken maakten het allemaal mee: van extra toegewezen kamers tot verbouwingen en verhuizingen. 

De kisten en het privilegekastje op zolder

Toen Jean Samuel Magnin (1796-1857), de eerste archivist van de provincie Drenthe, in 1827 voor het eerst met zijn taak begon om de oude statenarchieven te ordenen, trof hij deze aan in oude kisten en een privilegekastje. De privilegekast was in de achttiende eeuw gemaakt om de belangrijkste en oudste documenten uit de Drentse geschiedenis te bewaren. In de documenten waren de rechten (privileges) van het Landschap Drenthe opgeschreven. Ook het landrecht uit 1412 werd in deze kast bewaard.

Het archief werd bewaard op de zolder boven de statenzaal van het gouvernementsgebouw. De omstandigheden op deze zolder waren verre van ideaal. In de zomer scheen de zon op de dakpannen waardoor de temperatuur omhoogschoot, terwijl het in de winter ijskoud was. Daarnaast was de ruimte donker. Magnins opvolger, Hendrik Jan Schmidt (1857-1866) beschreef in 1857 de situatie als volgt: “Een groot bezwaar is wel 't gebrek aan licht op den zolder en de ontzettende koude, welke daar des winters het werken en aanwezen zelfs of onmogelijk of hoogst moeijel[SC2] ijk maakt, gelijk mede het doorstuiven van sneeuw door het dak op de stukken.”[2]

Het gouvernementsgebouw rond 1881. De lokalen van het archief zaten aan de achterkant van het gebouw.
Het gouvernementsgebouw rond 1881. De lokalen van het archief zaten aan de achterkant van het gebouw. Collectie gemeente Assen, Drents Archief

De Verbouwing van 1859

Het gouvernementsgebouw werd in 1859 verbouwd, omdat er een nieuwe verdieping op de statenzaal gebouwd moest worden. Rijksarchivaris Schmidt kreeg bij deze uitbreiding twee lokalen boven de statenzaal toegewezen om de archieven te bewaren. [RD3] 

De verhuizing naar de nieuwe ruimtes nam helaas grote risico’s met zich mee: door een chaotische verplaatsing was het mogelijk dat archiefstukken zouden kwijtraken. Om deze ramp te voorkomen verzamelde Schmidt de archiefstukken in pakketten, om de bundels vervolgens te verplaatsen. Het vele werk wierp zijn vruchten af en de archivaris was zeer tevreden over zijn nieuwe werkplek.

Alhoewel het nieuwe onderkomen een grote verbetering was in vergelijking met de situatie op zolder, waren er nog steeds problemen. Zo was er geen verwarming in één van de lokalen, waardoor vocht en kou - de aartsvijanden van papier - vrij spel hadden.  Daarom weigerde Schmidt de tweede kamer in gebruik te nemen, totdat een kachel werd geplaatst. De kachel kwam uiteindelijk in het voorjaar, waardoor Schmidt eindelijk beide lokalen in gebruik kon nemen. 

Plattegrond bovenverdieping van het Gouvernementsgebouw rond 1880.

Plattegrond bovenverdieping van het Gouvernementsgebouw rond 1880. Drents Archief,toegangsnr. 0181, Topografische Historische Atlas, inv.nr. 368.b. [3]

Verzakte vloeren

Helaas bleek bij de constructie van de nieuwe verdieping geen rekening te zijn gehouden met het gewicht van het archief. De zware kasten vol boeken en documenten drukten zwaar op de balken van de statenzaal. Toen Georg Rudolph Wolter Kymmell (1866-1887) de baan van Schmidt in 1866 overnam, merkte hij het volgende op: “In de localen tot berging van het archief bestemd openbaarde zich eene verzakking van de vloeren.”[4] 

Om gevaarlijke situaties te vermijden verplaatste Kymmell een kast met achttiende- en negentiende-eeuwse stukken naar een “punt dat drukking kan lijden”.[5] De verzakkingen bleven door de jaren heen een punt van aandacht. Kasten mochten alleen aan buitenmuren van de archiefkamer geplaatst worden, omdat de balken boven de statenzaal anders zouden doorbuigen. De ruimtes boven de statenzaal bleken dus niet de goede plek te zijn om het zware archief te bewaren.  Niet alleen de balken van de statenzaal waren gebrekkig, maar het hele gebouw verkeerde in slechte staat. Vanaf 1884 ging het gouvernementsgebouw op de schop. Grote delen van het gebouw werden gesloopt, waardoor er geen plek meer was voor het archief. 

Daarbovenop werd het provinciaal archief in 1879 overgedragen aan de landelijke overheid, waardoor het archief een Rijksarchief werd. Dit betekende dat het provinciale bestuur niet meer verantwoordelijk was voor het bewaren van de archieven. Het ministerie van Binnenlandse zaken ontwikkelde in deze periode een beleid waarin werd voorgeschreven dat alle Rijksarchieven over een zelfstandig gebouw moesten beschikken.

Het archief in de bovenwoning

Het Rijksarchief had dus snel een nieuw onderkomen nodig, zeker met het oog op de aanstaande verbouwing van het gouvernementsgebouw. Er was weinig keus, en een nieuwe locatie werd gevonden in een bovenwoning van Willem Somer aan de Noordersingel.

De Noordersingel rond 1900.

De Noordersingel rond 1900. Het Rijksarchief bevond zich op de eerste verdieping van het pand met de uitstekende lantaarn en het zwarte bordje. F.G. Türkow, Grossier, Collectie ansichten, Drents Archief. 

Rijksarchivaris G.R.W. Kymmell hoopte dat het nieuwe onderkomen niet permanent zou zijn en hoopte dat: “spoedig ’t plan van stichting van afzonderlijke en brandvrije archieflocalen wordt verwezenlijkt.”[6] De bovenwoning was een slechte bewaarplaats voor de archieven. Rijksarchivaris Seerp Gratama schreef in 1887 over de: “minder wenschelijke, om niet te zeggen onhoudbare toestand”[7] De toestand was ‘onhoudbaar’ omdat er te weinig ruimte was, waardoor een gedeelte van het archief bewaard werd op de zolder van het gerechtsgebouw. Het woonhuis was daarnaast niet gebouwd als bewaarplaats van zware archieven, waardoor er scheuren in de muren ontstonden, en het alledaagse leven van de buren zorgde voor een hoog brandgevaar.

Daarom was het belangrijk dat de archieven weer verhuisd zouden worden, het liefst naar een nieuw gebouw dat het gewicht van de grote hoeveelheid papieren kon dragen. Maar dit was makkelijker gezegd dan gedaan. Het was moeilijk om een stuk grond te vinden waar het archiefgebouw zou kunnen worden neergezet. Uiteindelijk werd de pastorie van de Nederlands Hervormde kerk aan de Brink in 1895 gekocht.

Bewaren van de kloostergang, bouwen en verhuizen

In de pastorie was één van de oudste stukjes Asser geschiedenis bewaard gebleven, namelijk een middeleeuwse kloostergang. Het nonnenklooster Maria in Campis was vanaf de dertiende eeuw voor lange tijd het hart van de stad. Bij de Assenaren werd het al snel bekend dat de oude pastorie met de kloostergang gesloopt zou worden. Dit riep protest op. Daarom ondertekenden vijftig Assenaren een brief aan de koningin om de sloop van de kloostergang te voorkomen. Aan deze oproep werd snel gehoor gegeven. De architecten Jacobus van Lokhorst en Cornelis Peters verwerkten de kloostergang in hun ontwerp. De middeleeuwse geschiedenis van de Brink heeft Van Lokhorst en Peters duidelijk geïnspireerd. Dit is vooral te zien in elementen zoals de gewelven op de begane grond en het torentje aan het museumlaantje.

Het ontwerp van het Rijksarchiefgebouw met de middeleeuwse kloostergang, 1897.

Het ontwerp van het Rijksarchiefgebouw met de middeleeuwse kloostergang, 1897.

De pastorie werd in 1897 gesloopt waarna de fundamenten konden worden aangelegd. De kloostergang overleefde helaas de afbraak niet helemaal. Het dak stortte in, waardoor het dak en een gedeelte van de muren herbouwd moesten worden.  De levering van de stenen liep veel vertraging op, waardoor de bouw voor meerdere periodes stilstond. Uiteindelijk kreeg Joosting in 1901 goed nieuws:

“Het is bijna gereed. In het depôt moeten nog worden aangebracht de hekjes in de gangen tusschen de kasten, die tevens tot opstap kunnen dienen om stukken van de bovenste plank te krijgen, en het tusschen die hekjes en de kasten behoorend netwerk van koord; in de bureaux liggen de kleeden en zijn ook grootendeels de meubelen geplaatst, de stoelen echter nog niet. Ook het overige deel van het gebouw is bijna voltooid. Dankzij het stoken, is er geen vrees voor vocht, zoodat tegen overbrenging der archieven zelf reeds geen bezwaar meer zou zijn.”[8]

In de zomer van was het eindelijk zover, het nieuwe pand was klaar en de documenten werden verhuisd naar het nieuwe onderkomen aan de brink. Over de verhuizing schreef Joosting:

“De tijd van het jaar was voor die verhuizing zeer geschikt, slechts zelden bracht het weer verhindering aan, zoodat vrij geregeld kon worden voortgewerkt. De dagen, waarop regen het vervoer belette, konden worden gebruikt voor het ophijschen der stukken naar de bovenste verdieping van het depôt.”

Tijdens de bouw rond 1900. Het archief stond nog in de steigers.

Tijdens de bouw rond 1900. Het archief stond nog in de steigers. [9]

Het gebouw aan de Brink

Eindelijk was het zover. Het gebouw was klaar, de kamers werden ingericht en het archief werd verhuisd. Over het gloednieuwe archiefgebouw schreef Joosting vol lof:

“De bovenwoning aan den Noordersingel [...] is vervangen door een fraai ingericht, brandvrij gebouw, dat eenige menschenlevens lang zijne functiën zal kunnen vervullen.”[10]

Tijdens de bouw rond 1900. Het archief stond nog in de stijgers.

 Plattegrond van het hele Rijksarchief in Assen, 1897. 

De indeling van het gebouw was als volgt: het provinciaal museum van Oudheden verhuisde mee vanuit de woning aan de Noordersingel en bevond zich op de benedenverdieping. Via de trap in het torentje konden bezoekers het Rijksarchief bezoeken.

Plattegrond van de eerste verdieping waar het archief zich bevond.

 Plattegrond van de eerste verdieping waar het archief zich bevond. 

Het archief bevond zich dus op de eerste verdieping. Alhoewel hier tegenwoordig de werkruimtes van medewerkers en vrijwilligers zijn, is de bovenste verdieping bijna helemaal in originele staat. Helemaal rechts op de plattegrond bevond zich het bureau van de Rijksarchivaris. De commies, die in dit archief een rang lager was dan de Rijksarchivaris had zijn werkruimte tussen de bibliotheek, waar het publiek zich bevond en het bureau van de Rijksarchivaris. Aan de linkerkant bevond zich de bodekamer en de boekbinderij. In deze kamer werden archiefstukken samengebracht in boekwerken. Naast de bodekamer bevond zich de sorteerkamer. In de sorteerkamer stond de privilegekast, waar kaarten in bewaard werden.

Bibliotheek en publieksruimte Drents Archief, rond 1927.

De bibliotheek en publieksruimte, rond 1927. Collectie Drents Museum, Drents Archief.

Het depot, waar de archiefstukken werden bewaard, stond naast het hoofdgebouw. Het nieuwe depot voldeed aan de eisen en inzichten die begin twintigste eeuw bestonden. Ten eerste was de bewaarplaats brandvrij door dikke muren en ijzeren stellingkasten. Ook werd de ruimte goed verwarmt, om vocht en schimmels te voorkomen. Daarnaast kon het depot goed geventileerd worden door grote ramen aan weerszijden van de ruimte. Door de grote ramen, dakramen en vloerroosters was het hele depot gevuld met zonlicht.

Een groot deel van het gebouw staat er nog steeds, en vervult, zoals Joosting in 1901 al voorspelde, tot op de dag van vandaag de functie van archief. Alleen het depot is in de jaren zeventig gesloopt, waarna onder de grond een modern depot is gebouwd. Het provinciaal museum is in diezelfde periode verhuisd naar het voormalig provinciegebouw.

Doorsnede Drents Archief omstreeks 1900 Rechts het depot, links het torentje.

Doorsnede Drents Archief omstreeks 1900 (rechts depot, links torentje)

De archivarissen hebben op veel verschillende plekken in Assen hun werk gedaan. Van Magnin op zolder, Gratama in het bovenhuis tot Joosting in het archiefgebouw aan de Brink. Alle archivarissen en andere medewerkers liepen tegen de grenzen van de onderkomens van hun archieven aan. Ten eerste is het archief gegroeid op het gebied van omvang, waardoor de bewaarplaatsen steeds meer ruimte innamen. Maar door de jaren heen zijn ook de eisen verscherpt, ramen openzetten is tegenwoordig niet meer voldoende ventilatie. Hierdoor veranderde het archiefgebouw door de jaren heen continu met de tijd mee. 

Wil je meer weten over het archiefgebouw aan de Brink waar het Drents Archief nog steeds in zit? Dan kan je deze blogs en artikelen nog lezen. 

Wil je de bouwtekeningen in detail bekijken? De scans van de ontwerpen van het Drents Archief staan op de website van Nationaal Archief.(wordt geopend in een nieuw tabblad)

Bronvermelding

DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A1, Ingekomen brieven en minuten van verzonden brieven, jaarverslag 1856.
DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A2, brievenboeken 1858-1878, Jaarverslag 1866.
DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A3, brievenboeken 1878-1885, Jaarverslag 1882.

Literatuurlijst 

Gratama Seerp. “Het oud provinciaal archief in Drenthe”. In Verslagen omtrent 's rijks oude archieven, jrg 10, 1887. 's Gravenhage: 1888, 175.
Joosting, JCG. “Rijksarchief in Drenthe”. In Verslagen omtrent 's rijks oude archieven, jrg. 23, 1900. 's Gravenhage: 1901, 799.
Joosting, JCG. “Rijksarchief in Drenthe”. In Verslagen omtrent 's rijks oude archieven, jrg. 24, 1901. 's Gravenhage: 1902, 35.

Voetnoten

[1] Seerp Gratama “Het oud provinciaal archief in Drenthe”, in jaarverslagen 's rijks oude archieven, jrg 10, 1887 ('s Gravenhage: 1888), 175.
[2] DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv. A1, Ingekomen brieven en minuten van verzonden brieven, jaarverslag 1856.
[3] DA, toegangsnr. 0181, Topografische Historische Atlas, inv.nr. 368.b Plattegrond bovenverdieping, 1880.
[4] DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A2, brievenboeken 1858-1878, Jaarverslag 1866.
[5] DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A2, brievenboeken 1858-1878, Jaarverslag 1866.
[6] DA toegangsnr. 0180, Archief van het Rijksarchief in Drenthe, inv.nr. A3, brievenboeken 1878-1885, Jaarverslag 1882.
[7] Seerp Gratama “Het oud provinciaal archief in Drenthe”, in jaarverslagen 's rijks oude archieven, jrg 10, 1887 ('s Gravenhage: 1888), 175.
[8] JCG Joosting “Rijksarchief in Drenthe”, in verslagen omtrent 's rijks oude archieven, jrg. 23, 1900 ('s Gravenhage: 1901), 799.
[9] Rijks archiefgebouwen in Nederland (Haarlem: H. KLeinmann & co., 1900), 79.
[10] JCG Joosting “Rijksarchief in Drenthe”, in verslagen omtrent 's rijks oude archieven, jrg. 24, 1901 ('s Gravenhage: 1902), 359.

Gerelateerde artikelen