Een zijaanzicht van de schets van het veiligheidsvoertuig van uitvinder Pieter Ortlepp uit 1853

20 oktober 2023

Door: Henriëtte Klijnstra

De een was een predikant en de ander een commies (belastingambtenaar). Fokko Louwerts Nieuwold en Pieter Ortlepp bedachten allebei een vervoersmiddel. Of ze met hun uitvindingen echt de eerste waren, is niet met zekerheid te zeggen, maar opzienbarend waren hun vondsten wel. Dit is de derde blog over uitvinders, vrijdenkers en wetenschappers tijdens de Maand van de Geschiedenis.

Houten rijtuigje

Dominee Fokko Louwerts Nieuwold werd in 1717 geboren in het Groningse Nieuwolda. Hij begon in 1746 als predikant op Texel en kwam in 1761 naar Odoorn. Daar bleef hij tot zijn dood in 1780 predikant. Nieuwold was niet enkel voorganger, hij werd ook bekend als uitvinder van de eerste loopfiets. Volgens fietskenner Martijn Lagerwerf van Museum station Kropswolde en het Groninger Rijwielen Museum had Nieuwold in 1770 een 'houten rijtuigje vervaardigd dat met de voeten in beweging moest worden gebracht'. De predikant zou huisbezoeken naar Exloo en Valthe hebben afgelegd op zijn loopfiets.

Of Nieuwold daadwerkelijk de eerste fiets had uitgevonden, is niet zeker. De Emmer Courant schrijft in 1937 over de kerk in Odoorn en claimt dat de uitvinding van Nieuwold wel zeker beschouwd kan worden als de eerste fiets. Daarnaast noemden ze de predikant een "ingenieus man, die zich in zijn vrije uren bezighield met technologische studiën."

Wereldse vermaken

"Het was wel zonderling gedrag", aldus de Provinciale Drentsche en Asser Courant in 1949. Dominee Nieuwold ging zich dan wel niet te buiten aan drank, schrijft de krant, maar hij ging "te ver door zich als herder der brave gemeente aan wereldse vermaken over te geven door op een vliegende Hollander, althans een wagentje dat hij door trapbewegingen op gang kon brengen, een ritje te maken van Odoorn naar Exlo [sic] en Valthe tot grote verbazing van allen die hem zagen, omdat het wonder van een paardeloze wagen nog nooit eerder in deze streken was vertoond."

Naast de uitvinding van de fiets, verbeterde Nieuwold ook het spinnewiel. Ook dat viel niet in goede aarde bij de krant: "In plaats van zich om de zieleheil van zijn gemeentenaren al te zeer bekommeren dacht hij verbeteringen uit aan het spinnewiel waarmede de spinnende Drentse vrouwen haar voordeel konden doen. Ofschoon verdienstelijk, toch geen werk des dominees."

Octrooiaanvraag van Pieter Ortlepp in 1853Veiligheidsvoertuig

Dominee Nieuwold was mogelijk de inspiratiebron voor Pieter Ortlepp, suggereert T.H. Engelsman in 1996 in de Kroniek van de Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe. Pieter Cornelis Gottfried Ortlepp werd op 30 april 1793 in Den Haag geboren. Zijn vader was een Duitse militair in het Staatse Leger die in 1792 trouwde met een Nederlandse vrouw. Na zijn militaire loopbaan werd hij cipier van het tuchthuis in Coevorden en kwam de familie in Drenthe terecht.

Engelsman deed onderzoek naar Pieter Ortlepp en schrijft dat de uitvinder werkte als commies der Rijksbelastingen. Belastingambtenaren woonden in die tijd nooit lang op dezelfde plek. Daarom verhuisde Ortlepp regelmatig met zijn gezin. In 1844 kwam hij terecht in Zweeloo, in 1852 woonden ze in Meppen.

Handtekening van Pieter Ortelepp onder een octrooiaanvraag uit 1853Zonder stoom, zonder paarden

Volgens Ortlepp was zijn zogenoemd veiligheidsrijtuig een 'mechanike machine, krachtvol in werking, gedreven door slechts één persoon en tot een gezonde gymnastieke beweging verstrekkende'. Eén persoon zou daarmee twee tot zes passagiers kunnen vervoeren. In januari 1853 schrijft de Provinciale Drentsche en Asser Courant meerdere malen over de uitvinding van Ortlepp. De uitvinding zou een stuk veiliger zijn dan het nemen van de trein. Zonder stoom en zonder paarden toch vooruitkomen: "Het is eene uitvinding van den heen P.C.G. Ortlepp te Zweelo, die daarover jaren gepeinsd, deswege vele proeven genomen en daaraan vele verbeteringen aangebragt heeft."

De krant schrijft ook dat Ortlepp een octrooi had aangevraagd op zijn uitvinding. De 150 gulden die hij daarvoor moest neerleggen, kon hij echter niet betalen. Bij de krant vonden ze het een slecht vooruitzicht dat daarmee de rechten kwamen te vervallen:

"In allen gevalle zou het te betreuren zijn, dat eene uitvinding, die zooveel voor zich schijnt te hebben, om de betrekkelijk geringe som van ƒ 150,- niet zou kunnen worden toegepast. Het is daarom, dat de Redactie van dit blad, in overleg met den uitvinder, aan haar bureau eene lijst van intekening heeft nedergelegd voor het geven van voorschotten aan den heer Ortlepp. (…) Mogt deze poging ondersteuning vinden bij zoovelen, die in ons Vaderland en in Drenthe in het bijzonder een hartelijk belang stellen, in alles wat met de vooruitgang der nijverheid in verband staat."

Een vooraanzicht van de schets van het veiligheidsvoertuig van uitvinder Pieter Ortlepp uit 1853Het ontwerp

Engelsman bekeek voor zijn artikel over Ortlepp de octrooiaanvraag. Daar zaten ook de schetsen bij van het rijtuig. Het was een wagen met drie wielen van ongeveer 3,5 bij 1,6 meter. "De bestuurder trapte beurtelings op een van de twee pedalen of treden, die vertikaal [sic], dus op en neer konden bewegen", schrijft Engelsman.

In november weet de Provinciale Drentsche en Asser Courant te melden dat Ortlepp het patent nog niet had verkregen, maar de wagen toch wilde laten maken bij een wagenmaker in Eext. "De voorstuwende kracht werkt door hefboomen; weldra denkt de heer Ortlep [sic] zich met zijn wagen op de publieke wegen te vertoonen." Of er daadwerkelijk een versie van het voertuig de weg is op gegaan, weten we helaas niet.

Drentsche Volkswagen

Engelsman besluit zijn artikel in de Kroniek van de Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe met twijfels of de wagen goed zou werken op de toen veelvoorkomende ongelijke wegen of karresporen. Ook was hij niet zeker over de stevigheid van de constructie. Engelsman sprak de wens uit om een prototype te laten maken. "Een daaruit voorkomende verbeterde versie van de 'Drentsche Volkswagen' zou misschien als toeristische attractie ingezet kunnen worden en van promotionele waarde kunnen zijn." Hij heeft overigens naar eigen zeggen twee keer een poging gedaan om een replica te laten bouwen. Door bezuinigingen bij de gemeente Coevorden werd een werkervaringsproject voor houtbewerking op het laatste moment toch geschrapt en ging de bouw niet door.

Met dank aan Tonko Engelsman en de Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe, Jos Arends en Joke Wolff.


Foto's

Koninklijk Besluit 30 september 1853, nummer 84, Nationaal Archief.

Bronnen

‘Assen, 2 Nov.’, Provinciale Drentsche en Asser Courant, 02-11-1853.

Buiskool, H. T., ‘De kerk te Odoorn’, Emmer Courant, 19-02-1937.

Engelsman, T.H., ‘De 'Drentsche Volkswagen' van Pieter Ortlepp', Kroniek van de Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe 50 (1996) 7-17, PDF.

‘Fokko Louwerts Nieuwold’ op Geheugen van Drenthe.

Koninklijk Besluit 30 september 1853, nummer 84, Nationaal Archief.

Lagerwerf, Martijn, ‘Groninger Rijwiel Merkenlijst’ van Museum Station Kropswolde.

Mulder. R.D., 'Twee en een halve eeuw tolheffing en toerisme in Drenthe (1700-1950)', Nieuwe Drentse Volksalmanak 1973 (Assen 1973) 90, 15-37.

‘Nieuwe uitvinding.’, Provinciale Drentsche en Asser Courant, 15-01-1853.

Romein, T.A., ‘Focko Louwerts Nieuwold’ in: De hervormde predikanten van Drenthe, sedert de Hervorming tot in 1861 (Groningen 1861) 283.

‘Van dit, van dat... over ‘t Drenthe van toen’, Provinciale Drentsche en Asser Courant, 04-08-1949.