Door Jan Bruggink

Eind augustus 1927 kwam Anton Voges  in dienst bij het Rijksarchief in Assen. Sinds 1923 was hij een op wachtgeld gestelde sergeant-majoor der administratie in de kazerne in Assen. Het leger moest bezuinigen en daarom kwamen er verscheidene beroepsmilitairen op wachtgeld te staan. Zodoende kwam Voges op het archief terecht. De taak van Voges om op verzoek van genealogische onderzoekers, afschriften van akten te maken en stukken  die door ambtenaren van het Provinciehuis waren aangevraagd te bezorgen en weer op te halen. Daarnaast beheerde hij de bibliotheek van het archief.  

NSB-lid

In 1933 werd Anton Voges lid van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en een jaar later trad hij toe tot de Weerafdeling (WA), een knokploeg van deze beweging. Zijn motivatie om lid te worden van de NSB lag in het feit dat hij overtuigd was dat hij oneerlijk behandeld was door de Nederlandse overheid, door hem op wachtgeld te plaatsen. Eind 1933 werd het ambtenaren verbod om lid van de NSB te zijn ingevoerd. Om zijn baan te behouden, gaf Voges zijn lidmaatschap bij de NSB op. Pas in 1940, toen Nederland na de meidagen van 1940 door Duitsland bezet werd, trad Voges weer toe tot de NSB. 

Oorlogstijd

Tijdens de oorlog werd de leiding van het Rijksarchief in Drenthe vanuit Groningen waargenomen door drs. Egbert Jacob Werkman. De eigenlijke Rijksarchivaris in Groningen J.A. Brouwer - die ook lid was van de NSB -  was ziek geworden, waardoor Werkman behalve Groningen ook Drenthe onder zijn hoede kreeg.

Intussen vonden de Duitse bezettingsautoriteiten bij monde van Dr. Bernard Vollmer, hoofd ‘Abteilung Archivwesen’ van het ‘Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz’, dat de personeelssterkte bij het Rijksarchief in Assen te laag was. Er moest dus een nieuwe kracht bij en het liefst iemand met verstand van zaken . Dit werd - dus op Duits gezag - door het Departement van Onderwijs, Wetenschap en Kultuur (OWK) in Den Haag, waar het Rijksarchief onder viel, aan de waarnemend Rijksarchivaris Werkman meegedeeld.

Torentje Rijksarchief in Drenthe

Het Rijksarchief in Drente circa 1940 - 1960.

Ook Anton Voges, die zijn dagelijkse werkzaamheden vaak in het uniform van de WA uitvoerde, kwam dit ter ore. Hij vond dat een nieuw aan te stellen persoon niet boven hem moest komen te staan, maar juist onder hem, omdat hij al zo lang werkzaam was in het Rijksarchief. Hij was zo overtuigd van zijn gelijk dat hij het Departement van OWK met heftige brieven bestookte. waarin hij zijn standpunt uiteen zette. Ook uitte hij zijn onvrede meermaals mondeling tegenover Werkman, die hier echter geen aandeel in had. Het was immers een beslissing van hogerhand. 
Voges trok aan het kortste eind en op 1 augustus 1942 trad de 33-jarige Emilius Johannes Theodorus Antonius Maria van Emstede uit het Limburgse Meerssen als commies in dienst bij het Rijksarchief in Assen. Hij werd belast met de dagelijkse leiding, onder toezicht van Werkman. Van Emstede was sympathiserend lid van de NSB. Op gegeven moment wilde hij zelfs dienst nemen bij de Waffen SS, maar werd hiervoor echter afgekeurd.

Van Emstede

Van Emstede voerde onder andere correspondentie met betrekking tot de Sibbekunde, een vorm van genealogie, waarbij onderzoek wordt gedaan naar de gehele familieverwantschap, die tijdens de oorlog tot een opleving kwam. Dat gebeurde onder meer, omdat als men een overheidsbetrekking wilde of in dienst wilde bij een Duitse militaire eenheid, men een verklaring moest kunnen voorleggen dat hij of zij niet direct afstamde  van Joodse voorouders. Ook hield van Emstede lezingen in de provincie over Sibbekunde voor de op de nationaalsocialistische leest geschoeide Landstand en voor Landjongeren, een afdeling van deze organisatie. Tevens hield hij korte praatjes over Sibbekunde en het boerenleven die door de genazificeerde Rijksradio Omroep in Hilversum werden uitgezonden.

Van Emstede werkt aan een beeldhouwwerk

Van Emstede werkt aan een beeldhouwwerk (1953).

Van Emstede schreef het boekje ‘Het Rijksarchief in Drenthe’ dat bedoeld was voor mensen die gebruik wilden maken van de afdeling Sibbekunde in het Rijksarchief in Assen. Het werkje gaf ook een opsomming van de in het archief aanwezige archivalia. Het verscheen in 1943 bij nationaalsocialistische uitgeverij Liebaert in Amsterdam. In dit boekje is een foto afgedrukt van Anton Voges in het uniform van de WA achter zijn bureau op een kamer in het Rijksarchief.

Anton Voges achter zijn bureau

Anton Voges achter zijn bureau (1943). 

Onderlinge conflicten

Ondanks dat Emilius van Emstede sympathiserend lid van de NSB was, accepteerde Anton Voges nog steeds niet dat er een nieuw persoon boven hem werd geplaatst. Voges verklaarde dat hij zich verder niet veel van Van Emstede zou aantrekken en zijn eigen gang zou gaan. 

Algauw ontaarde dit in verschillende conflicten onderling waar waarnemend Rijksarchivaris Werkman soms getuige van was. Die trachtte de archiefdienst zo goed mogelijk draaiende te houden en achtte zich niet geroepen om tussenbeide te komen, wanneer de twee uitmondden in onderlinge ruzies. De conflicten tussen beide NSB-ers hadden betrekking tot het werk en breidde zich op een gegeven moment uit naar een partijconflict. Voges had intussen ontdekt dat Van Emstede in Limburg lid van de WA was geweest en beweerde dat hij, gezien zijn jongere leeftijd, zich bij de WA in Assen moest aanmelden. Voges was zelf Vendelcommandant van de WA in deze stad. 
Ook hier ontstond weer een conflict over en weer met als gevolg dat Van Emstede uiteindelijk niet bij de WA hoefde, omdat hij ‘slechts’ sympathiserend lid was. De bijbedoeling van Voges was dat hij het commando over Van Emstede zou krijgen, als hij bij de WA zou komen. Dan ontstond er een rare verhouding: in het Rijksarchief was Van Emstede overdag de baas over Voges en binnen de WA zou het in de avonduren omgekeerd zijn.

Rijksarchivaris Brouwer in Groningen bemoeide zich, ondanks zijn ziekte, met de zaak en probeerde zijn partijgenoot Voges van zijn standpunt af te brengen, maar daarmee gooide hij alleen nog maar meer olie op het vuur. Maar Voges begreep niet dat een ‘kameraad’ (Van Emstede) een dergelijke houding aannam  tegen de zogeheten Nieuwe Orde in Nederland. Voges beschouwde de houding Van Emstede in strijd met de beginselen van de NSB. Uiteindelijk wist Werkman Voges van een bezoek aan Brouwer te weerhouden.

De bom barst

De conflicten tussen Voges en Van Emstede liepen later weer zo uit de hand, dat op maandag 21 februari 1944 het tot een uitbarsting kwam. Na een heftige woordenwisseling op het kantoor gooide Voges een inktfles naar het hoofd van Van Emstede. Hij wist deze te ontwijken, maar de fles raakte echter wel een in de kamer staande boekenkast. Vervolgens kwam er een pot lijm achteraan, die Van Emstede ook wist te ontwijken.  
Van Emstede had Voges toegeschreeuwd dat hij een vuile NSB-ers was en een schoft. 
Voges schreeuwde hem op zijn beurt toe dat hij zou zorgen dat Van Emstede de kogel zou krijgen en meteen deelde hij een klap aan hem uit waarbij zijn tegenstander in een stoel terechtkwam die op het kantoor stond. Voges zou de klap hebben uitgedeeld, omdat volgens hem, zijn leidinggevende in bokshouding op hem was afgekomen. Voor de tweede keer kreeg Van Emstede een klap en viel op de grond. Voges liep daarop weg van kantoor en nadat Van Emstede weer wat was bijgekomen is deze rechtstreeks naar de officier van justitie in Assen gelopen om aangifte te doen. Vervolgens schreef hij een in bombastische stijl een rapport over het voorgevallene waarvan Werkman ook een afschrift kreeg, waar deze mogelijk niet echt op zat te wachten.

Verhoren

Er volgde naar aanleiding van de aangifte van Van Emstede een onderzoek ter plaatse door Leen Bijkerk, opperwachtmeester-rechercheur van de gemeentepolitie te Assen. Zowel Voges als Van Emstede werden door hem gehoord, waarbij Voges bekende de klappen te hebben uitgedeeld en Van Emstede verklaarde te zijn mishandeld.
Voges diende in maart 1944 nog een schriftelijke klacht in over Van Emstede wegens de door hem geuite scheldwoorden, bij mr. A.J. van Vessem, de jurist van de NSB in Utrecht. Die stuurde het door aan de Procureur-Generaal bij het Vredesgerechtshof in Den Haag. In april antwoordde de Procureur-Generaal aan Van Vessem dat de klacht door Voges tegen Van Emstede niet bewezen was, omdat de verklaring door geen enkel ander middel werd gestaafd. Maar de mishandeling die Voges had gepleegd werd wel bewezen door zijn eigen bekentenis en de verklaring van Van Emstede.
Tot een proces is het niet gekomen. Voges werd wel geschorst bij het Rijksarchief en heeft voor de rest van de bezetting zijn functie in het Rijksarchief niet meer vervuld.

De afloop

Na ‘Dolle Dinsdag’ op 5 september 1944 vluchtte Anton Voges met zijn vrouw en dochter naar Duitsland en hij keerde half maart 1945 terug in Nederland. 

Voges en Van Emstede probeerden elkaar zwart te maken bij de NSB en de Duitsers. Van Emstede had goede betrekkingen bij het personeel van het bureau van de Beauftragte voor Drenthe, maar desondanks trok hij nu aan het kortste eind en werd gedwongen chauffeursdiensten voor de Duitsers te verrichten. Dat had hij te danken aan Voges die ook goede betrekkingen met de bezetter had. Die was nu in het voordeel en Van Emstede de klos. En in september 1944 werd Van Emstede te werk gesteld bij de Organisation Todt (OT) die verdedigingswerken aanlegde in de provincie Drenthe. Ook Van Emstede keerde na september niet meer terug op kantoor. Het Rijksarchief was vanaf september 1944 in grote wanorde achtergelaten en Werkman heeft het samen met een nieuw aangestelde medewerker uit Assen na de bevrijding in 1945 opnieuw geordend. 

Bij de bevrijding van Assen op 13 april 1945 werd Anton Voges met zijn gezin door de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) gearresteerd en ingesloten in het Huis van Bewaring. 
Hetzelfde lot onderging ook Emilius van Emstede. Voges kwam later via een omweg in het interneringskamp Westerbork terecht. Zijn voormalig leidinggevende Van Emstede zat er ook al. De kans is groot dat de kemphanen elkaar daar tegen gekomen zijn. 

Beiden moesten voor het Tribunaal van het Bijzonder Gerechtshof in Assen verschijnen en werden veroordeeld. Voges kreeg in november 1947, een maand voorwaardelijk internering en ontzetting uit het kiesrecht. Hij mocht de tijd dat zijn zaak voor het Tribunaal werd gebracht in vrijheid doorbrengen omdat zijn vrouw ernstig ziek was. 

Van Emstede werd in 1946 ook veroordeeld tot ontzetting uit zijn ambt en het kiesrecht. Hij bleef nog tot februari 1947 geïnterneerd.