Let op: Reserveren momenteel verplicht

Vanwege de corona-maatregelen is het op dit moment noodzakelijk om een afspraak te maken voor uw bezoek. U kunt via onze reserveringstool een afspraak inplannen en aangeven welke archiefstukken u op dat moment wilt inzien.

Uw zoekacties: Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
x0140.02 Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0140.02 Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inventaris
4. Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening van 1942 (nr. 183)
0140.02 Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
4. Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening van 1942 (nr. 183)
Art. 1 van het besluit geeft de omvang van de nieuwe tuchtrechtspraak aan: Handelingen in strijd met:
1. een voorschrift, gesteld bij of krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933;
2. een voorschrift, gesteld bij of krachtens de Distributiewet 1939;
3. een voorschrift, gesteld bij of krachtens het Voedselvoorzieningsbesluit 1941;
4. een voorschrift, gesteld bij of krachtens het Organisatiebesluit voedselvoorziening 1941, begaan hetzij door ondernemers, behorende tot een organisatie, als bedoeld in art. 2, lid 2 van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, hetzij door personen, aangesloten bij een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, als bedoeld in art. 13 van de Landbouw-Crisiswet 193; konden tuchtrechtelijk worden afgedaan in de gevallen, waarin met tuchtrechtelijke straffen en maatregelen kon worden volstaan.
Blijkens art. 4 geschiedde tuchtrechtelijke berechting door hetzij de tuchtrechters voor de voedselvoorziening met in de daarvoor in aanmerking komende gevallen hoger beroep op het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak; hetzij door eerdergenoemde bedrijf- en hoofdbedrijfschappen. De bevoegdheid van de tuchtrechters voor de voedselvoorziening was algemeen; die van de organisaties was beperkt tot handelingen, begaan in strijd met voorschriften, gesteld bij of krachtens door háár uitgevaardigde verordeningen. Deze beide soorten waren geenszins verschillend, want de veroordeelde kon tegen de uitspraak van een bedrijfschap een bezwaarschrift indienen bij de Hoofdambtenaar voor de Tuchtrechtspraak, die de zaak bij de tuchtrechter voor de voedselvoorziening aanhangig moest maken.
In het oude crisistuchtrecht was de tuchtrechtspraak provinciegewijze georganiseerd. In afwijking van deze oude regeling werd in de nieuwe opzet voor ieder arrondissement een tuchtrechter voor de voedselvoorziening benoemd, die zijn zetel had ter plaatse waar de arrondissementsrechtbank was gevestigd. Bovendien konden één of meer plaatsvervangers worden benoemd. Tot tuchtrechter voor de voedselvoorziening kon worden benoemd "hij die aan een Rijks- of daarmee gelijkgestelde Nederlandse universiteit heeft verkregen een doctorale graad in de rechtswetenschap, rechtsgeleerdheid of de hoedanigheid van meester in de rechten".
De arrondissementsgewijze indeling had enkele zwaarwegende voordelen. De organisatie van de tuchtrechtspraak kon makkelijker worden aangepast aan die van de gewone strafrechter. De verschillen in strafmaat konden door het intensieve contact tot een minimum worden beperkt. Bovendien werd een personele unie tussen de tuchtrechter voor de voedselvoorziening en de economische rechter mogelijk gemaakt. De verdeling in arrondissementen houdt overigens niet in, dat alleen zitting werd gehouden op de arrondissementsrechtbanken. In het arrondissement Middelburg werd ook o.m. zitting gehouden te Goes, Terneuzen en Oostburg. In het arrondissement Breda was dat het geval met zittingen gehouden te Tilburg. Overigens moet er hierbij rekening mee worden gehouden dat ook het arrondissement 's-Hertogenbosch zitting hield te Tilburg.
Een volgende wijziging in het besluit van 1942 had betrekking op de ambtenaren voor de tuchtrechtspraak. Voorheen werden alle vervolgingshandelingen uitsluitend verricht door of in naam van de hoofdambtenaar. Nu kregen de ambtenaren, voor wie het aantal bureaus eveneens op 19 (aantal arrondissementsrechtbanken) was gebracht, meer eigen verantwoordelijkheid. De hoofdambtenaar was gevestigd bij het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak en vertegenwoordigde daar het tuchtrechtelijk openbaar ministerie.
Om de verhouding tussen de tuchtrechtambtenaren en de bedrijfschappen te verbeteren verschenen zogenaamde contactambtenaren van die bedrijfschappen ten tonele. Als centraal orgaan voor hoger beroep bleef het Centraal College te 's-Gravenhage bestaan. In het nieuwe besluit zijn verder nog enkele organisatorische wijzigingen in het tuchtrechtsysteem aangebracht, terwijl ook het straffenarsenaal wat werd uitgebreid.
Tengevolge van de steeds nijpender wordende voedselschaarste nam het aantal delicten in deze sector nog steeds toe. De hoeveelheid werk van de opsporingsambtenaren, de vervolging en de berechting groeiden in gelijke mate mee. Met name de omstandigheden tijdens de hongerwinter hebben van het tuchtrechtapparaat veel tact en omzichtigheid geëist. De algemene gedachte heerste dat alles wat de producent nog wist voort te brengen in handen van de bezetters verdween, om vervolgens te worden getransporteerd naar Duitsland. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een goede relatie groeide met de illegaliteit.
Gedurende de laatste maanden van de oorlog kreeg het tuchtrecht een enigszins chaotisch karakter. De oproepingen om ter zitting te verschijnen werden normaliter aangetekend aan de verdachte toegezonden. Daar echter de Posterijen geen aangetekende stukken meer voor verzending aannamen, werd hiervoor in oktober 1944 ontheffing verleend. De in de oproeping genoemde datum van de rechtspraak werd echter aangehouden, zodat het voorkwam dat er uitspraak werd gedaan zonder dat de verdachte bij de zitting aanwezig was. Deze kon tegen de uitspraak in verzet komen wanneer hij aannemelijk kon maken dat de oproeping hem te laat had bereikt en hij dus niet tijdig op de hoogte was geweest van de zittingsdatum (aan deze mogelijkheid kwam een einde toen na afloop van de oorlog de oproepingen weer gewoon aangetekend werden verstuurd). Tevens werden de uitspraken uitvoerbaar bij voorraad verklaard, daar behandeling in hoger beroep voor het Centraal College voor de tuchtrechtspraak te 's-Gravenhage vrijwel onmogelijk was vanwege de spoorwegstaking.
Gebrek aan vervoer, de razzia's en het oorlogsgeweld waren er de oorzaak van dat de opsporing en berechting nagenoeg onmogelijk werden. De werkzaamheden waren nog slechts op zeer geringe schaal mogelijk, zodat in het algemeen nog slechts zij ter zitting werden opgeroepen die in de naaste omgeving van de zetel van de tuchtrechter woonden. Om aan dit probleem nog in enige mate het hoofd te kunnen bieden, werd er in Groningen een tweede bureau van de hoofdambtenaar gevestigd voor de tuchtrechtspraak, die aldaar met een tweede Centraal College voor de tuchtrechtspraak de berechting in hoger beroep ter hand nam.
Bij besluit van de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visserij van 25 oktober 1944 werden de Directeur- Generaal en de Provinciale Voedselcommissarissen gemachtigd om daar waar het nodig was zelf dergelijke maatregelen te nemen. De Provinciale Voedselcommissarissen waren gehouden om over deze aangelegenheden overleg te plegen met de ambtenaren voor de tuchtrechtspraak.
Kenmerken
Datering:
1941-1953
Beschrijving:
Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Drents Archief, Assen. Toegang 0140.02 Tuchtrechter voor de voedselvoorziening te Assen
VERKORT:
NL-AsnDA, 0140.02
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS