Door: Nine Floor Steensma

Het voortbestaan van het Drents Archief hing twintig jaar lang aan een zijden draadje. Van 1924 tot 1946 ontbrak er een officieel Rijksarchief in de provincie. In deze roerige tijd diende het pand enkel als Provinciaal Museum, met onder andere archeologische opgravingen en het meisje van Yde. In deze blog kom je erachter waarom het Rijksarchief in Drenthe tijdelijk verdween en hoe alles in werking werd gesteld om het archief weer terug naar Drenthe te krijgen.  

Bezuinigen

Na de Eerste Wereldoorlog kampte Nederland met grote economische problemen, ondanks dat het land neutraal was gebleven. Tijdens de oorlog stokte de handel en waren er tekorten aan voedsel, brandstof en andere goederen. Dit leidde onder meer tot hogere prijzen. In de eerste jaren na 1918 bleef de economie kwetsbaar: veel bedrijven konden nauwelijks overeind blijven en de werkloosheid nam toe. Het was de taak van de Tweede Kamer om dit aan te pakken.  

In 1922 trad het tweede kabinet Ruijs de Beerenbrouck aan. Dit kabinet introduceerde wetten die het bestuurlijke functioneren verbeterden. Het wist meerdere succesvolle hervormingen door te voeren, waaronder een nieuw kiesstelsel voor de Eerste Kamer en de Wet op de Indische Staatsinrichting. 

Ook werd er aandacht besteed aan de rijksarchieven in de staatsbegroting. Het kabinet kwam tot het besluit dat het Rijksarchief in Assen te klein was en te veel geld kostte om te blijven bestaan. Door het archief op te heffen zou er 4900 gulden bezuinigd worden. Het Rijksarchief in Drenthe was het enige Rijksarchief in Nederland dat werd wegbezuinigd. Om dit te bewerkstelligen moest de Archiefwet gewijzigd worden. In artikel 6 van de Archiefwet stond namelijk dat: “in elke hoofdplaats van een provincie een Rijksarchief zal zijn.’’ 

 
Wat nu? 

Het archief dat in het depot in Assen lag, moest dus ergens anders heen. Het kabinet wilde dat de archieven naar Groningen overgebracht zouden worden, maar daar stak de Asser notaris Van Holthe tot Echten een stokje voor. Volgens hem stond zwart-op-wit dat de archiefstukken van het Rijksarchief in Drenthe specifiek aan Assen waren toevertrouwd. Daarom mochten ze niet zomaar ergens anders ondergebracht worden. Hij dreigde juridische stappen te ondernemen. Dankzij zijn actie bleef het archief in Assen. 

Ook Dr. Sijbrand A. W. Zeper, destijds rijksarchivaris van Drenthe, was er sterk op tegen dat de Drentse archieven in Groningen ondergebracht zouden worden. In een brief aan Dr. Huibert A. Poelman, Rijksarchivaris van Groningen, schreef Zeper het volgende: 

Dr. Poelman, iemand die onder den rook van een Universiteit behoort te leven en door zijn gewezen chartermeesterschap in Groningen zijn Hanzestudie terstond daar thuis is, verzoent de Drentenaren eenigermate met een maatregel, die zij toch niet anders kunnen voelen dan als eene vermindering van het aanzien hunner provincie. Hunne vrees dikwerf, dat het arme Drente als een wingewest zal worden behandeld, ook in geestelijk opzicht, van het rijke Groningen, is niet geheel denkbeeldig.1

Deze kritiek had geen invloed op het besluit van het kabinet. Ondanks dat de archiefstukken in Assen bleven, werd de rijksarchivaris wel ontslagen.  
Hoewel het Drents Archief in die tijd geen Rijksarchief meer was, kon men nog wel terecht voor genealogisch onderzoek. Om dit in goede banen te leiden hield Poelman vanuit Groningen toezicht over het Rijksarchief in Drenthe. 

  
Een Fries in Drenthe 

De ontslagen rijksarchivaris, Sijbrand A. W. Zeper, kwam oorspronkelijk uit Friesland. Voordat hij Rijksarchivaris van Drenthe werd in 1921, werkte hij bij het Rijksarchief in Friesland. Hier hoopte hij archivaris Mr. Berns op te volgen, maar hij werd niet gekozen. Later werd hierover geschreven: Dit was voor Zeper niet alleen een groote teleurstelling, maar tevens een harde slag. 

Toen het Rijksarchief in Drenthe werd opgeheven, trad Zeper in april 1924 aan in het Ryksargyf in Leeuwarden als nieuwe archivaris.  

 
1. Portret van Dr. S.A. Waller Zeper, circa 1900–1950
2. Groepsfoto van vier personeelsleden van het Ryksargyf in Friesland. Van links naar rechts: A.L Heerma van Voss, S.A.W. Zeper, A. Corée, S. ter Horst, circa 1925-1930

Werkmaniaans tijdperk 

Na de Tweede Wereldoorlog werd er een nieuw kabinet aangesteld en was het tijd voor verandering in de regionale archievenwereld. Gerard van der Leeuw werd de nieuwe minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen. Van der Leeuw werkte daarvoor als hoogleraar Theologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen.   
 
In het Nederlandsch Archievenblad stond dat er veel hoop was gevestigd op de nieuwe minister. “Hij zal wel begrip hebben voor rechtmatige regionale verlangens,’’ stond er in het blad. Ook in Drenthe bestond de hoop dat Van der Leeuw iets kon betekenen voor het Rijksarchief in Drenthe. De hoop bleek terecht en Van der Leeuw zorgde onder andere voor een archivalisch eerherstel in Drenthe.  

En zo trad drs. Egbert Jacob Werkman aan als nieuwe archivaris op 1 juli 1946. Werkman kwam uit Groningen en had daar een goed imago opgebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgde hij ervoor dat het Rijksarchief in Groningen niet werd beschadigd tijdens de gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers. Gedacht werd dat hij wel geschikt zijn om opnieuw een archief te redden.  

Ook dichter Hendricus Johannes Prakke was het hier mee eens. In een speech vertelde hij het volgende over Werkman:  

Drs. Werkman (Groninger), wekte het Rijksarchief [in Drenthe] weer tot leven. Maar dit was niet eenvoudig. In Drenthe was men de presentie van een normaal fungerend Rijksarchief ontwend. En al was er nu weer een archivaris, de verdere bemanning en de outillage waren bepaald onvoldoende.2


Egbert Jacob Werkman

Werkman moest veel werk verrichten en stond er ook nog alleen voor. Hij ging hier volgens Prakke bijna aan ten onder. Door de hoge druk kreeg slechts hij één nieuwe medewerker.  

Drie jaar later kwam er nog iemand in dienst, een boekbinder. Pas in 1964 werd er nog een archivaris aangesteld. In deze periode draaide het Rijksarchief weer op volle toeren. Volgens sommigen kunnen we in die tijd spreken van een Werkmaniaans tijdperk: 'een periode van rust, stabiliteit, en misschien gezapigheid.’
 

Werkman werd later benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn archiefwerkzaamheden. In 1970 ging Werkman met pensioen. Tijdens zijn uitgebreide afscheid werd hij terecht de Drènse Archiefbaos genoemd. 

 


Bronvermelding 

  1. RHC Drents Archief. Toegangsnummer 0180. Inventarisnummer 36. 


Literatuurlijst
 

  • Koninklijke Vereniging van Archivarissen. (1927, 1 juni). Nederlandsch Archievenblad, 1927, p. 35.  
  • Kroon, J. E. (1937). Sybrand Allard Waller Zeper 
    (Leeuwarden 29 November 1874-Leeuwarden 4 Januari 1937). In Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1937 (p. 185). Leiden: E. J. Brill. Van  
  1. Koninklijke Vereniging van Archivarissen. (1970, 1 september). Nederlandsch Archievenblad, 1970, p. 18.  


Afbeeldingen
 

  • Portret van Dr. S.A. Waller Zeper, rijksarchivaris in Friesland van 1923 tot 1935; chartermeester in Friesland van 1908-1921. Johannes Elsinga, collectie Tresoar 
  • Groepsfoto Rijksarchief personeel in Friesland, collectie Tresoar. 
  • Koninklijke Vereniging van Archivarissen. (1970, 1 september). Nederlandsch Archievenblad, 1970, p. 19.